1A. Wat is de Pentateuch?
Zoals eerder opgemerkt staan de eerste vijf boeken van het Oude Testament – Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium – bekend als de Pentateuch. Het woord Pentateuch is afgeleid van het Griekse woord pentateuchos, met de betekenis “samengesteld uit vijf” of “vijfdelig [boek]”. (Aalders, ASIP, 13; NBD, 957) In de Joodse overlevering worden deze vijf boeken aangeduid als de Thora (afgeleid van het Hebreeuwse woord tora, “onderwijs”), of het boek van de wet, de wet van Mozes, of simpelweg de wet. (Albright, ACBC, 903). Origenes, een derde-eeuwse kerkvader, was de eerste die deze vijf boeken van Mozes de naam Pentateuch gaf. (Harrison, 495)
2A. Wat staat er in?
Harrison verdeelt de inhoud van de Pentateuch als volgt:
- Oergeschiedenis met een Mesopotamische achtergrond: Genesis 1-11
- Geschiedenis van de aartsvaders: Genesis 12-50
- De onderdrukking van Israël en de voorbereidingen voor de uittocht: Exodus 1-9
- De uittocht, Pesach en de aankomst bij de Sinaï: Exodus 10-19
- De tien geboden en het verbond op de Sinaï: Exodus 20-24
- Wetgeving rond de tabernakel en het Aäronitisch priesterschap: Exodus 25-31
- De afgodische schending van het verbond: Exodus 32-42
- De uitvoering van de voorschriften rond de tabernakel: Exodus 35-40
- De offerwetten: Leviticus 1-7
- De priesterwijding en de inwijdingsoffers: Leviticus 8-10
- De reinheidswetten: Leviticus 11-15
- De Verzoendag: Leviticus 16
- Morele en reinheidswetten: Leviticus 17-26
- Eden en tienden: Leviticus 27
- Tellingen en wetten: Numeri 1-9
- De reis van de Sinaï naar Kades: Numeri 10-20
- Omzwervingen richting Moab: Numeri 21-36
- Historische terugblik op de woestijntijd: Deuteronomium 1-4
- Tweede toespraak, met aansporende inleiding: Deuteronomium 5-11
- Verzamelde statuten en rechten: Deuteronomium 12-26
- Zegen en vloek: Deuteronomium 27-30
- Jozua’s ambtsaanvaarding en Mozes’ dood: Deuteronomium 31-34 (Harrison, IOT, 496)
3A. Doel en belang van de Pentateuch
De Bijbel is geschiedenis, maar van een heel speciaal soort. Het is de geschiedenis van Gods verlossing van de mensheid, en de Pentateuch is hoofdstuk één van die geschiedenis. (Unger, IGOT, 187-188)
Unger weidt uit:
De schrijver van de Pentateuch had een vastomlijnd plan. Het was niet zijn bedoeling het verhaal van de menselijke geschiedenis vast te leggen. Zijn taak was het verslag leggen van Gods genadige voorziening voor de redding van de mens. De Pentateuch is dan ook een geschiedschrijving met een achterliggend motief, een diep, religieus motief, dat het geheel doordringt. Dat er een godsdienstig principe aan ten grondslag ligt maakt de verhaalde gebeurtenissen echter niet minder historisch. Het geeft ze slechts een blijvend belang, dat de tijden waarin en waarover ze geschreven werden verre overschrijdt, en ze veel breder van toepassing maakt dan voor één land of volk. Het maakt ze van onschatbare en blijvende waarde voor de hele mensheid….
Het feit dat veel critici geen weet hebben van het precieze karakter en de bedoeling van de Pentateuch heeft ertoe geleid dat ze de historiciteit ervan ontkennen of een bijzonder lage dunk hebben van zijn betrouwbaarheid. Wanneer, bijvoorbeeld, het verslag over het verblijf in Egypte, de wonderbaarlijke bevrijding en de omzwervingen door de woestijn fictief is, werpt de cruciale relatie tussen dit verhaal en niet alleen de Hebreeuwse geschiedenis maar het hele Bijbelse heilsplan, het onoplosbare [!] probleem op, hoe dit buitengewone verslag ooit verzonnen kan zijn. (Unger, IGOT, 188-189)
D. A. Hubbard zegt over het cruciale belang van de Pentateuch voor het begrip van Israëls verhouding tot God:
Als een verslag van openbaring en antwoord getuigt de Pentateuch van de heilsdaden van God als de soevereine Heer over de geschiedenis en de natuur. Het centrale handelen van God in de Pentateuch (en feitelijk in het hele Oude Testament) is de uittocht uit Egypte. Hier brak God door in het bewustzijn van de Israëlieten en openbaarde zich als de verlossende God. De inzichten die deze openbaring hun opleverde, maakten het hun mogelijk om, onder Mozes’ leiding, de overleveringen van hun voorouders opnieuw op hun waarde te schatten en daarin het ontluiken van Gods handelen te zien, dat zo schitterend tot bloei gekomen was in de bevrijding uit Egypte. (Hubbard, NBD, 963)
Zelfs volgens Langdon B. Gilkey, die we nauwelijks een conservatieve wetenschapper kunnen noemen, is de Exodus-Sinaï-ervaring “de spil van de Bijbelse godsdienst”.
Vandaar dat de Pentateuch een belangrijke plaats inneemt in de christelijke kijk op het heelal: hij doet verslag van Gods eerste zelfopenbaring aan de mensheid.
Gilkey zegt het zo: “Het uittochtgebeuren is voor ons zowel van confessioneel als historisch belang. Met andere woorden, de vraag naar wat God bij de Sinaï deed, is niet alleen een vraag voor Semitische godsdienstwetenschappers en theologen, maar bovenal een vraag voor de huidige gelovige die vandaag de dag wil getuigen van Gods handelen in de geschiedenis.” (Gilkey, COTBL, 147)
4A. Oorsprong en geschiedenis van de theorie van het niet-Mozaïsche auteurschap van de Pentateuch
Volgens Johannes van Damascus ontkenden de Nazareners, een sekte van christenen van Joodse afkomst die leefden in de tweede eeuw, dat Mozes de schrijver van de Pentateuch was. (Young, IOT, 113) De Clementijnse homilieën, een verzameling oude geschriften van even na de tweede eeuw, stelden dat de Pentateuch na Mozes’ dood door zeventig wijze mannen op schift was gesteld. (Zie E. J. Youngs An Introduction to the Old Testament, pp. 118-119 voor een studie naar de onbetrouwbaarheid van deze geschriften en de ongeldige werkwijze die ze gebruikten voor hun historische en Bijbeluitleg.) (Young, IOT, 112)
Hoewel vanaf de eerste twee eeuwen n. Chr. verschillende groepen en individuen ontkenden dat Mozes de feitelijke schrijver van de Pentateuch was, moeten we rekening houden met het volgende citaat van Young:
Uit de eerste twee eeuwen van het christelijke tijdperk hebben we geen verslagen van Bijbelvijandige kritiek door de kerkvaders of vanuit de orthodoxe kerk zelf. De apostolische vaders en na hen de ante-Niceense vaders geloofden, voor zover ze zich over het onderwerp uitspraken, dat Mozes de schrijver van de Pentateuch was, en dat het Oude Testament een heilig boek was….
Overgeleverde gevallen van vijandige kritiek uit deze periode zijn ofwel afkomstig van groepen die als ketters beschouwd werden, of van buiten, uit de heidenwereld. Bovendien weerspiegelde deze kritiek bepaalde filosofische vooronderstellingen en was ze ontegenzeggelijk bevooroordeeld en onwetenschappelijk van aard. (Young, IOT, 113-114)
De aantijging dat Mozes niet de schrijver van de Pentateuch was stamt dus uit de eerste twee eeuwen n. Chr. De voornaamste grond voor deze beschuldiging was de aanwezigheid van gedeelten die na Mozes’ tijd geschreven zouden zijn.
Hoewel tijdens de daaropvolgende eeuwen de vraag naar het auteurschap van Mozes af en toe zijdelings aan de orde kwam, was het pas in de achttiende eeuw, toen het debat een nieuwe onderheiing kreeg – die van de literaire kritiek – dat de theorie van het niet-Mozaïsche auteurschap van de Pentateuch tot volle bloei kwam. (Zie voor een overzicht van de ontwikkelingen vanaf de derde tot de achttiende eeuw E. J. Young, An Introduction to the Old Testament.) (Young, IOT, 116-120.)



