Wie de inspiratie van de Schrift wil begrijpen moet ook rekening houden met de onfeilbaarheid ervan. De Bijbel is het Woord van God… en God kan niet dwalen (Hebreeën 6:18, Titus 1:12). Wie de onfeilbaarheid van de Schrift ontkent, vecht of de integriteit van God aan, of de identiteit van de Bijbel als Gods Woord.
Gods karakter vereist onfeilbaarheid. Als alles wat er in de Bijbel staat van God komt en God een God van waarheid is, zoals de Bijbel zegt, dan moet de Bijbel volkomen waarheidsgetrouw, ofwel onfeilbaar, zijn. Jezus zei over Gods uitingen: “Uw woord is de waarheid” (Johannes 17:17). De Psalmdichter schreef: “Uw woord is volkomen betrouwbaar” (Psalm 119:160). Salomo verklaarde: “Elk woord van God is getoetst” (Spreuken 30:5). Paulus schreef aan Titus: “God, die niet liegt” (Titus 1:2). De schrijver van Hebreeën verklaarde: “…die uitsluiten dat God liegt” (Hebreeën 6:18). Uiteindelijk blijkt dus dat een aanval op de onfeilbaarheid van de Bijbel een aanval is op het karakter van God. Elke ware christen zal met Paulus zeggen: “Ieder mens is onbetrouwbaar, maar God is betrouwbaar” (Romeinen 3:4).



