2C. Wat is onfeilbaarheid?

Onfeilbaarheid betekent dat de Schrift, wanneer alle feiten bekend zijn, in zijn oorspronkelijke handschriften en met een juiste uitlegging, volkomen waar zal blijken te zijn in alles wat hij beweert, of dit nu met de leer, met de moraal, of met de sociale, de fysische of de levenswetenschappen te maken heeft.

Waar het op neerkomt is dat de Bijbel door God geademd is. Hij gebruikte mensen om precies op te schrijven wat Hij hen wilde laten schrijven. Hij zorgde ervoor dat ze geen fouten maakten maar gebruikte tegelijkertijd hun unieke persoonlijkheid en stijl om precies over te brengen wat Hij wilde.

Petrus vertelt ons: “Mensen die namens God spraken werden daartoe altijd gedreven door de heilige Geest” (2Petrus 1:21). Het idee dat hiermee wordt overgebracht is, dat net als de wind de zeilen van een boot bestuurt, de adem van God de schrijvers van de Bijbel bestuurde. Het eindresultaat was precies wat God bedoelde.


1D. God gebruikt een veelheid van uitdrukkingsmogelijkheden

Onfeilbaarheid houdt niet in dat de Bijbel steeds dezelfde woorden gebruikt. Omdat God creatief is (Hij is de Schepper), zei Hij hetzelfde op verschillende manieren, vanuit verschillende gezichtspunten, en op verschillende momenten. Inspiratie sluit geen diversiteit aan uitdrukkingen uit. De vier evangeliën vertellen hetzelfde verhaal op verschillende manieren aan verschillende groepen mensen. Ze citeren soms zelfs dezelfde uitspraak van Christus, maar verschillend verwoord.

Vergelijk bijvoorbeeld Petrus’ bekende belijdenis in Caesarea Filippi:

  • Matteüs geeft haar weer als: “U bent de Messias, de Zoon van de levende God” (Matteüs 16:16).
  • Marcus geeft haar weer als: “U bent de Messias” (Marcus 8:29).
  • Lucas geeft haar weer als: “De door God gezonden Messias” (Lucas 9:20).

Zelfs de Tien Geboden zijn op verschillende manieren weergegeven: dat wat “met Gods vinger [ge]schreven” was (Deuteronomium 9:10), wordt de tweede keer dat God het geeft op een andere manier gezegd (vgl. Exodus 20:8-11 met Deuteronomium 5:12-15). Volgens Exodus is de schepping de reden waarom de Israëlieten rust moesten houden op de sabbat, terwijl Deuteronomium hun verlossing als reden geeft. (zie Archer, EBD, 191-192)

Wanneer belangrijke uitingen zoals Petrus’ belijdenis en het opschrift van het kruis (zie Matteüs 27:37; Marcus 15:26; Lucas 23:3; en Johannes 19:19), en blijvende en speciale wetten zoals de “met Gods vinger geschreven” wet op zulke verschillende manieren weergegeven kunnen worden, hoeft het geen probleem te zijn om dat concept uit te breiden naar de diversiteit aan uitdrukkingswijzen in de rest van de Schrift.


2D. God gebruikte verschillende persoonlijkheden en stijlen

Inspiratie omvat ook Gods gebruik van verschillende persoonlijkheden – met hun eigen literaire stijl en typische kenmerken – om zijn Woord weer te geven. We hoeven in het Oude Testament de krachtige stijl van Jesaja maar te vergelijken met de klagende toon van Jeremia. In het Nieuwe Testament vinden we bij Lucas een opvallende belangstelling voor medische zaken, terwijl Jakobus nadrukkelijk praktisch is, Paulus theologisch en polemisch, en Johannes schrijft met eenvoud. God heeft zijn boodschap bekend gemaakt via een veelheid aan menselijke persoonlijkheden, elk met een unieke literaire stijl.

Onder de overgeleverde Bijbelschrijvers bevinden zich een wetgever (Mozes), een generaal (Jozua), profeten (Samuël, Jesaja, etc.), koningen (David en Salomo), een musicus (Asaf), een herder (Amos), een prins en staatsman (Daniël), een priester (Ezra), een belastinginner (Matteüs), een arts (Lucas), een geleerde (Paulus), en vissers (Petrus en Johannes). God gebruikte zowel de afwisseling van beroepen en omstandigheden van de Bijbelschrijvers als hun unieke persoonlijke belangstelling en karaktereigenschappen om zijn tijdloze waarheden door te geven.


3D. God gebruikte soms niet-Bijbelse bronnen

Ongetwijfeld sluit de leer van de inspiratie het gebruik van menselijke documenten als bron van goddelijke waarheid niet uit. Dat is dan ook precies wat de Bijbel zelf zegt. Lucas’ evangelie was gebaseerd op zijn onderzoek van geschreven bronnen uit zijn tijd (zie Lucas 1:1-4).

“Nadat reeds velen zich tot taak hebben gesteld om een verslag te schrijven over de gebeurtenissen die zich in ons midden hebben voltrokken, en die ons zijn overgeleverd door degenen die vanaf het begin ooggetuigen zijn geweest en dienaren van het Woord zijn geworden, leek het ook mij goed om alles van de aanvang af nauwkeurig na te gaan en deze gebeurtenissen in ordelijke vorm voor u, hooggeachte Theofilus, op schrift te stellen, om u te overtuigen van de betrouwbaarheid van de zaken waarin u onderricht bent.” Lucas 1:1-4

De schrijver van Jozua gebruikte het boek van Jashar (de Oprechte) voor zijn bekende citaat over het stilstaan van de zon (Jozua 10:13). (Zie Nix, J., zoals geciteerd in Criswell, CSB, 267-269.) De apostel Paulus citeerde rustig een heidense profeet (Handelingen 17:28) in zijn bekende toespraak vanaf de heuvel Mars. Judas citeerde een niet-canonieke uitspraak over de profetie van Henoch (v. 14).

Het gebruik van niet-Bijbelse bronnen moet niet gezien worden als onverenigbaar met inspiratie– we mogen niet vergeten dat “alle waarheid Gods waarheid is”. De God die zei: “Uit de duisternis zal licht schijnen” (2Korintiërs 4:6) is ook in staat te spreken door een heidense profeet (Numeri 24:17), een nietsvermoedende hogepriester (Johannes 11:50), en zelfs een stijfkoppige ezel (Numeri 22:28).


© 2009 Stichting Agapè & Josh McDowell Ministries

Optimized by SEO Ultimate