2D. Wel gebruik van stijlfiguren

We mogen niet veronderstellen dat een “geïnspireerd” boek in zijn geheel in één en dezelfde literaire vorm gegoten moet zijn. De mens is niet beperkt in zijn uitdrukkingswijzen en er is geen enkele reden om te veronderstellen dat God in zijn communicatie met de mens wel beperkt is tot één stijl of literair genre.

De Bijbel vertoont een verscheidenheid aan stijlmiddelen. Verschillende boeken zijn in hun geheel in een poëtische stijl geschreven (bijv. Job, Psalmen, Spreuken). De synoptische evangeliën bevatten allerlei gelijkenissen. In Galaten 4 gebruikt Paulus een allegorie. Het Nieuwe Testament staat vol met metaforen (2Korintiërs 3:2-3; Jakobus 3:6) en vergelijkingen (Matteüs 20:1; Jakobus 1:6). Hyperbolen treffen we ook aan (Kolossenzen 1:23; Johannes 21:25; 2Korintiërs 3:2). Jezus zelf maakte bij gelegenheid gebruik van satire (vergelijk Matteüs 19:24 met 23:24).

De aanspraak op inspiratie, zoals opgevat in het licht van het karakter van het geïnspireerde Bijbelverslag zelf, toont aan dat “inspiratie” niet moet worden gezien als een mechanisch of star proces. Het is een dynamisch en persoonlijk proces dat resulteert in een onfeilbaar product met goddelijk gezag – het geschreven Woord van God. (Geisler, GIB, 58)


© 2009 Stichting Agapè & Josh McDowell Ministries

Optimized by SEO Ultimate