Vaak wordt beweerd dat de leer van de onfeilbaarheid niet aanvaardbaar is omdat de Bijbel niet voldoet aan de maatstaven van de in de moderne wereld gangbare en vereiste historische en taalkundige precisie. Net als zoveel termen in het debat tussen aanhangers van onfeilbaarheid en aanhangers van niet-onfeilbaarheid is de betekenis van precisie voor meerdere uitleg vatbaar. Voor sommigen impliceert onnauwkeurigheid fouten. Dit hoeft zeker niet het geval te zijn. Zoals wijze mannen in het verleden zeiden hoeven beweringen slechts toereikend te zijn. Ik leg dit uit in termen van waarheid. Bijna elke bewering is nog nauwkeuriger te maken. Elke geschiedschrijving, zelfs een gedetailleerde kroniek, is slechts een benadering.
Laat me dit illustreren. Als we vermelden dat een gebeurtenis heeft plaatsgevonden in 1978, is het duidelijk dat we dat preciezer hadden kunnen zeggen – in de maand mei, op de vijftiende dag, om 10 uur ’s avonds, enzovoort. Maar de oorspronkelijke, eenvoudigere bewering is nog steeds waar. Het essentiële criterium voor onfeilbaarheid is dit: is de zin zoals ze is weergegeven, waar? Wanneer dat het geval is, zijn er geen problemen voor de leer. Waarom zouden we het moderne nauwkeurigheidscriterium verabsoluteren? Mogen we niet verwachten dat de Schrift de maatstaven van zijn eigen tijd weerspiegelt? Is het niet arrogant om te denken: onze maatstaven zijn goed en die van hen zijn fout? (Feinberg, MI, zoals geciteerd in Geisler, I, 299-300)



