Inspiratie vereist vanzelfsprekend niet het gebruik van geleerde, technische, of wetenschappelijke taal. De Bijbel is geschreven voor de gewone man van elke generatie, en gebruikt daarom gewone, alledaagse taal. Het gebruik van niet-wetenschappelijke waarnemingstaal is niet onwetenschappelijk, maar gewoon voorwetenschappelijk.
De Schrift ontstond in oude tijden, met naleving van oude maatstaven. Het zou anachronistisch zijn om moderne wetenschappelijke maatstaven op de Bijbelse teksten los te laten. Het is niet onwetenschappelijker om te zeggen dat de zon stilstaat (Jozua 10:12) dan dat de zon opgaat (Jozua 1:16). (Nix, J, 267-269) Tegenwoordig spreken meteorologen nog steeds dagelijks over de tijden van “zonsopgang” en “zonsondergang”. Volgens de Schrift kwam de koningin van Seba “van het uiteinde van de aarde” (Matteüs 12:42). Aangezien “het uiteinde van de aarde” maar een paar honderd kilometer ver was, in Arabië (Kraeling, RMBA, 231, kaart IV), blijkt dat dit waarnemingstaal is. Op diezelfde manier vertelt de Schrift dat er op de Pinksterdag mensen “afkomstig …uit ieder volk op aarde” waren (Handelingen 2:5). Deze volken worden in Handelingen 2:9-11 geïdentificeerd en ze omvatten niet letterlijk de hele wereld (zo zijn Noord- en Zuid-Amerika niet inbegrepen).
Hier is dus sprake van universeel taalgebruik in geografische zin, dat moet worden opgevat als “de toen bekende wereld” De Bijbel is geschreven voor een niet-wetenschappelijk volk in een voorwetenschappelijk tijdperk. Het is niet redelijk om te stellen dat de Bijbel wetenschappelijk incorrect is; hij maakt gewoon geen gebruik van onze moderne wetenschappelijke taal. Echter, met het opgeven van het wetenschappelijke jargon is de Bijbel wel volmaakt in zijn universaliteit en zijn stilistische eenvoud.
De Bijbel maakt bovendien gebruik van ronde getallen (zie 1Kronieken 19:18; 21:5). Het mag dan vanuit het oogpunt van onze technologische maatschappij onnauwkeurig zijn om het getal 3,14159265 aan te duiden als het getal 3, maar voor een oud, niet-technologisch volk is het niet incorrect. Drie en veertienhonderdste is af te ronden op drie. Dit voldoet voor “een gegoten bronzen zee” (2Kronieken 4:2) in een oude Hebreeuwse tempel, al zou het niet voldoen voor een computer in een raket. We mogen in een voorwetenschappelijk tijdperk echter geen wetenschappelijke precisie verwachten.
De Bijbel spreekt in de taal van zijn tijd, op een manier die de mensen van die tijd begrepen. Hij moet beoordeeld worden op de aard van de goddelijke openbaring. Die openbaring kwam van God via mensen die menselijke taal spraken en in een culturele context leefden.
Om betekenis te hebben moest de Bijbel de taal van de profeten en de apostelen spreken, en in zijn beelden, illustraties, analogieën en andere elementen van talige communicatie, aansluiten bij de culturele achtergrond. Geen enkele kunstmatige of abstracte onfeilbaarheidstheorie die moderne wetenschappelijke of technische precisie van de Schrift eist, is gerechtvaardigd. (Geisler, GIB, 57)



