5B. Er staan fouten in de Bijbel

Sommigen beweren dat we de onfeilbaarheidsgedachte moeten opgeven omdat er fouten in de Bijbel staan. Davis geeft als voorbeeld van een dergelijke fout Gods gebod aan Jozua om de Kanaänieten uit te roeien. Wat is zijn reden om dit een fout te noemen? Davis’ antwoord is heel duidelijk: “Ik spreek slechts voor mezelf, maar ik geloof dat het doden van onschuldige mensen moreel verkeerd is.” (Davis, DAB, 96)

Maar Davis vergeet verschillende dingen. Ten eerste waren de Kanaänieten allesbehalve onschuldig (Leviticus 18:25; Deuteronomium 9:5). Kinderoffers en andere vormen van onmenselijk gedrag waren bij hen aan de orde van de dag. Ten tweede was dit een unieke opdracht. Het is geen Bijbelse leer voor alle tijden, maar een specifiek gebod bij een specifieke gelegenheid op een uniek moment in de geschiedenis. Ten derde is God soeverein. Hij heeft het leven gegeven en heeft het recht om het te nemen (Job 1:21; Deuteronomium 32:39)

Er is hier inderdaad sprake van een fout, maar niet in Gods handelen of zijn Woord tegen Jozua. De fout zit in het gebruik van de menselijke rede of van menselijke gevoelens als basis voor het bepalen wat waar is in het Woord van God, en wat niet. Het is zoals God zei in Jesaja 55:8: “Mijn plannen zijn niet jullie plannen, en jullie wegen zijn niet mijn wegen – spreekt de HEER” (Jesaja 55:8).

Sommige zogenaamde fouten blijken verschrijvingen te zijn van de kopiisten die de Bijbel overschreven. Een voorbeeld daarvan is de leeftijd van Achazja op het moment dat hij koning werd (22 volgens 2Koningen 8:26, maar 42 volgens 2Kronieken 22:2 (NBG). Andere veronderstelde “fouten” zijn afwijkend maar niet tegenstrijdig. Lucas vertelt dat er na de opstanding twee engelen bij het graf waren (24:4), maar Matteüs noemt er maar één. Dit is natuurlijk afwijkend, maar het zou pas tegenstrijdig zijn wanneer Matteüs gezegd had dat er slechts één engel bij het graf was op hetzelfde moment dat Lucas verklaarde dat er twee aanwezig waren.

Dergelijke zogenaamde tegenstellingen zijn niet nieuw. Al eeuwenlang worden ze vermeld door de Bijbelgeleerden. En toch geven sommige hedendaagse geleerden ons de indruk dat bepaalde recente feitelijke ontdekkingen hen ertoe dwingen het onfeilbaarheidsidee op te geven. De situatie is precies andersom. Er zijn tegenwoordig meer Bijbelse stellingen bevestigd en meer moeilijkheden verklaarbaar dan eeuwenlang het geval geweest is. Ontdekkingen in het Dode Zeegebied, in Sumerië, in Nag Hammadi en recenter in Ebla leveren meer steun dan ooit tevoren voor de standpunten die evangelische christenen al heel lang innemen.

Maar waarom krijgen we dan de indruk dat het “feiten” zijn die de toonaangevende geleerden er nu toe brengen om deze cruciale leerstelling van het christelijke geloof op te geven? Ik ben ervan overtuigd dat het helemaal geen feitelijke zaak is, maar een filosofische kwestie. Paulus waarschuwde: “Wees op uw hoede en laat u niet meeslepen door holle en misleidende theorieën die op menselijke tradities zijn gebaseerd” (Kolossenzen 2:8). Wat er naar mijn mening is gebeurd, is dat veel van deze voortreffelijke christenwetenschappers zich hebben laten verleiden door filosofische vooronderstellingen, dikwijls onbewust overgenomen tijdens hun studie, zodat hun conclusies gedeeltelijk bepaald worden door rationalistische en existentiële manieren van denken in plaats van door het Woord van God.

Davis gaf zonder daarop uit te zijn een analyse van het probleem van de ontkenners van de onfeilbaarheidsleer toen hij schreef: “Wat hen tot het liberalisme drijft …is hun aanvaarding van bepaalde filosofische of wetenschappelijke aannames die vijandig staan tegenover de evangelische theologie – bijv. veronderstellingen over wat ‘geloofwaardig is voor moderne mensen’.” (Davis, DAB, 139, zoals geciteerd in Geisler, ID, 2)


© 2009 Stichting Agapè & Josh McDowell Ministries

Optimized by SEO Ultimate