8B. Maakt het God wat uit?

Sommigen beweren dat het God, als Hij geen foutloze afschriften gaf, ook weinig zal hebben kunnen schelen of de originelen foutloos waren. Als de afschriften toereikend zijn, ondanks de kleine overschrijffouten, waarom is het dan zo belangrijk dat de originelen foutloos waren? Waarom zorgde God er niet voor dat ofwel de foutloze originelen bewaard bleven, of dat de kopiisten geen fouten maakten?

Het antwoord op het eerste deel van deze vraag heeft te maken met de consequentheid in Gods wezen. Omdat God volmaakt is, moet alles wat rechtstreeks van zijn hand afkomstig is, ook volmaakt zijn. Een oorspronkelijke Bijbel met fouten zou inhouden dat God fouten kan maken. Dit zou net zoiets zijn als zeggen dat God Adam schiep in onvolmaakte toestand. Het tweede deel van de vraag kan beantwoord worden met een wedervraag: Waarom weerhield God Adam niet van zonde? Als mensen zijn we geneigd om alles te verknoeien wat we aanraken, of het nu de Bijbel is of onszelf. Natuurlijk behoedde God allebei de “originelen”, de Bijbel en de mensheid, voor onherkenbare verminking. De mens vertoont nog steeds in grote lijnen Gods beeld (hoewel onvolmaakt) en de Bijbel is in essentie Gods Woord (hoewel er kleine fouten in de afschriften staan).

Er zijn belangrijke redenen waarom God de oorspronkelijke manuscripten niet bewaard heeft. Ten eerste heeft de mens de neiging om het geschapene te aanbidden in plaats van de Schepper (Romeinen 1:25). Herinner je je de koperen slang die God gaf om Israël te redden? Later werd hij aanbeden (2Koningen 18:4). Dus zouden we zeker de oorspronkelijke woorden aanbidden die God gegeven had om ons te redden. Bovendien, doordat God de originelen niet bewaard heeft, kunnen zondige mensen onmogelijk met de inhoud ervan knoeien.


© 2009 Stichting Agapè & Josh McDowell Ministries

Optimized by SEO Ultimate