9B. Teveel voorwaarden

Een laatste bewering is dat verdedigers van onfeilbaarheid zoveel beperkingen opleggen aan deze leerstelling dat ze “de dood van duizend voorwaarden” sterft.

Dit is bijzonder overdreven. Feitelijk zijn er maar twee voorwaarden voor onfeilbaarheid: ten eerste: alleen de oorspronkelijke handschriften zijn onfeilbaar, niet de afschriften; en ten tweede alleen wat de Bijbel bevestigt is onfeilbaar, niet alles wat hij bevat.

Natuurlijk spelen er allerlei ingewikkelde kwesties bij het precies vaststellen van wat de Bijbel in een gegeven passage bevestigt, rekening houdend met betekenis, context, en literaire vorm. Dit is echter geen kwestie van inspiratie, maar van interpretatie. Iedereen zou het er bijvoorbeeld over eens zijn dat de Bijbel leugens bevat, inclusief die van Satan. Maar de Bijbel bevestigt niet dat deze leugens waar zijn. Alles wat de onfeilbaarheidsleer beweert is dat de verslaglegging van deze leugens waarheidsgetrouw is.

Anderzijds zou niet iedereen er mee instemmen dat alles wat in het boek Prediker staat, waar is. Veel christelijke uitleggers van Prediker zien de uitspraken in het midden van het boek simpelweg als een waarheidsgetrouwe weergave van de verkeerde opvattingen van de natuurlijke mens “onder de zon”.

Er lijkt hier en in andere situaties (bijvoorbeeld de toespraken van de vrienden van Job) ruimte te zijn voor verschil van mening. Christenen kunnen van mening verschillen over wat de Bijbel feitelijk bevestigt in een gegeven Schriftgedeelte en wat hij alleen maar vermeldt, maar er mag onder ons geen onenigheid zijn over het feit dat wat de Bijbel bevestigt, onfeilbaar is. God kan niet feilen.

Er is niets in de onfeilbaarheidsleer dat voorschrijft, zoals sommigen wel eens aanvoeren, dat elke passage letterlijk genomen moet worden. Het is absoluut onjuist om een allegorie letterlijk te nemen (Galaten 4:24, 25) Zo spreekt de Bijbel ook af en toe in ronde getallen. Maar onnauwkeurigheid is niet fout. Wiskundeleraren denken niet dat hun leerlingen een fout maken als ze 22/7 of 3.1416 gebruiken als de waarde van pi. Maar beide aanduidingen zijn onnauwkeurig.

Bovendien spraken de Bijbelschrijvers net zoals mensen – zelfs wetenschappers – van vandaag spreken, namelijk, in observatietaal. Het lijkt alsof de zon “ondergaat” en zelfs een wetenschapper zal zeggen: “Kijk eens naar die prachtige zonsondergang!” Maar dit zijn kwesties van interpretatie, en niet van inspiratie. Waar het werkelijk om gaat in de onfeilbaarheidskwestie is: is het wel of niet zo dat alles wat de Bijbel bevestigt feilloos is? Is de Bijbelse leer dat God Adam en Eva schiep, dat in de dagen van Noach de wereld vernietigd werd door een vloed, dat Jona drie dagen in een grote vis zat, dat Jezus uit de dood opstond, feilloos of niet? (Geisler, ID, 1-4)


© 2009 Stichting Agapè & Josh McDowell Ministries

Optimized by SEO Ultimate