Als je voorafgaand aan de ontdekking van de Dode Zeerollen een willekeurige Bijbelgeleerde gevraagd had wat zijn droom zou zijn met betrekking tot een ontdekking die de betrouwbaarheid van het Oude Testament op een geweldige manier zou bevestigen, zou hij of zij gezegd hebben: “Oudere getuigen van de oorspronkelijke oudtestamentische handschriften.” De eerste die de grote vraag stelde, was Sir Frederic Kenyon: “Is deze Hebreeuwse tekst, die wij Masoretisch noemen, en waarvan we hebben aangetoond dat hij afstamt van een tekst die rond het jaar 100 n. Chr. werd opgesteld, een getrouwe weergave van de Hebreeuwse tekst zoals die oorspronkelijk op schrift werd gesteld door de schrijvers van de oudtestamentische boeken?” (Kenyon, OBAM, 47)
Voorafgaand aan de ontdekking van de Dode Zeerollen was de vraag: “Hoe nauwkeurig zijn de exemplaren die we tegenwoordig hebben, vergeleken met de exemplaren uit de eerste eeuw en eerder?” Het oudste volledige exemplaar van het Oude Testament dateert van de tiende eeuw. Vandaar de grote vraag: “Is deze tekst, die zovaak gekopieerd is, betrouwbaar?” De Dode Zeerollen geven een verbazingwekkend antwoord.




