2D. Hexapla

De in de tweede eeuw door Origenes vervaardigde Hexapla is onlosmakelijk verbonden met de LXX. De Hexapla, plus geschriften van Josefus, Filo, en het Damascus Document (literatuur van de Qumrangemeenschap) “getuigen van het bestaan van een tekst die heel veel overeenkomst vertoonde met de Masoretische [tekst] van 40 tot 100 n. Chr.“ (Skilton, “The Transmission of the Scripture” in The Infallible Word, 148)

Origenes’ Hexapla (ca. 240-250). De vertaling van het Oude Testament leidde ertoe dat er in de derde eeuw n. Chr. vier Griekse tekstoverleveringen bestonden: de Septuaginta, en de vertalingen van Aquila, Theodotion,en Symmachus. Deze rommelige situatie vormde de aanleiding voor de eerste uitstekende poging tot tekstkritiek, de Hexapla (“zesvoud”) door Origenes van Alexandrië (185-254 n. Chr.). Vanwege de vele verschillen tussen de bestaande handschriften van de LXX, het uiteenlopen van de Hebreeuwse tekst en de LXX, en de pogingen tot revisie van de Griekse vertaling van het Oude Testament, lijkt Origenes een koers ingeslagen te zijn die de christelijke wereld een bevredigende Griekse tekst van het Oude Testament zou geven. Zijn werk was in wezen eerder een kritische herziening dan een versie, omdat hij fouten in de tekst corrigeerde en pogingen deed om de Griekse tekst op één lijn te krijgen met de Hebreeuwse tekst. Zijn tweeledig doel was dan ook het aantonen van de superioriteit van de verschillende revisies van het Oude Testament boven de aangetaste tekst van de LXX en het geven van een vergelijkend overzicht van de correcte Hebreeuwse tekst en de afwijkende LXX. Hierbij ging hij uit van het standpunt dat het Hebreeuwse Oude Testament een soort “feilloze transcriptie” van Gods geopenbaarde waarheid aan de mensheid was…

De Hexapla was ingedeeld in zes parallelle kolommen. Elke kolom bevatte het Oude Testament in het oorspronkelijke Hebreeuws of in een specifieke versie, waarmee het manuscript veel te dik werd voor de handel.

De zes kolommen waren als volgt ingedeeld: kolom één: het Hebreeuwse origineel; kolom twee: een transliteratie van de Hebreeuwse tekst naar Griekse letters; kolom drie: de letterlijke vertaling van Aquila; kolom vier: de idiomatische revisie van Symmachus; kolom vijf: Origenes’ eigen herziening van de LXX; en kolom zes: de Griekse versie van Theodotion. (Geisler, GIB, 507-508)


Hoewel het een werk van monumentaal belang was, doet de moderne criticus er goed aan rekening te houden met het verschil tussen zijn eigen doelstellingen en die van Origenes, zoals Kenyon bondig stelt:

Voor het doel van Origenes, het vervaardigen van een Griekse versie die zoveel mogelijk overeen kwam met de op dat moment vaststaande Hebreeuwse tekst, was deze werkwijze goed genoeg; maar voor ons doel, het bepalen van de oorspronkelijke tekst van de Septuaginta… als bewijs voor hoe het Hebreeuws eruit zag vóór de Masoretische tekst, was ze heel ongelukkig, aangezien men geneigd was zijn uitgave te kopiëren zonder de kritische tekens over te nemen, waarmee zijn toevoegingen aan Theodotions werk onderdeel lijken te zijn van de echte en originele Septuaginta. (Kenyon, OBAM, 59)

Deze ongelukkige situatie deed zich inderdaad voor, en “de getranscribeerde Septuaginta zonder de diakritische tekens leidde tot de verspreiding van een gecorrumpeerde Griekse tekst van het Oude Testament in plaats van tot een Septuagintaversie die conform was met de Hebreeuwse tekst van die dagen.” (Geisler, GIB, 509)

F. F. Bruce schrijft: “Als Origenes’ Hexapla in zijn geheel overgeleverd was, zou hij van onschatbare waarde zijn. “ (Bruce, BP, 155)


© 2009 Stichting Agapè & Josh McDowell Ministries

Optimized by SEO Ultimate