De Septuaginta was de Bijbel van Jezus en de apostelen. De meeste citaten uit het Oude Testament komen rechtstreeks uit de Septuaginta, zelfs waar deze afwijkt van de Masoretische tekst. Over het algemeen loopt de Septuaginta vrijwel parallel aan de Masoretische tekst en vormt een bevestiging van de getrouwheid van de tiende-eeuwse Hebreeuwse tekst.
Als we geen enkel ander bewijs hadden, zouden we ons niet bezorgd hoeven te maken over de getrouwheid van de Masoretische tekst, gebaseerd op tekstvergelijkingen en onze kennis van de buitengewone werkwijze van de Joodse schriftgeleerden. Maar met de ontdekking van de Dode Zeerollen vanaf 1947 hebben we een haast overweldigende bevestiging van de overgeleverde Hebreeuwse tekst van de Masoreten. Critici van de Masoretische tekst voerden aan dat deze maar uit een klein aantal, jonge handschriften bestond. De oude handschriftfragmenten van de Dode Zeerollen vormen een toets voor bijna het hele Oude Testament. Deze toetsen dateren van zo’n duizend jaar voor de grote Masoretische handschriften van de tiende eeuw. Voorafgaand aan de ontdekkingen in de Cairo geniza en de grotten van de Dode Zee vormde de Nash Papyrus (een fragment van 25 de Tien Geboden en het Sjema, Deuteronomium 6:4-9), gedateerd tussen 150 en 100 v. Chr., het enige bekende stukje Hebreeuwse tekst van het voorchristelijke tijdperk.



