Een van de grootste archeologische vondsten van deze eeuw is de ontdekking van Ebla. In 1964 begon professor Paolo Matthiae, archeoloog van de universiteit van Rome, met de methodische opgraving van een tot dusverre onbekende stad. Dankzij Matthiaes vasthoudendheid en vooruitziende blik werd er in 1974 en 1975 een groot paleis ontdekt dat uiteindelijk meer dan vijftienduizend kleitabletten en fragmenten opleverde. Voor het vaststellen van het paleografische belang van de vondst werd hij bijgestaan door Giovanni Pettinato, een epigrafisch deskundige. Tot op heden is nog maar een fractie van de kleitabletten vertaald. Zeker is dat op deze oude vestigingslocatie de eens prestigieuze stad Ebla heerste over het Nabije Oosten, als de zetel van een geweldig rijk. Ebla ligt in de buurt van de huidige stad Aleppo in Noord-Syrië.
Het hoogtepunt van Ebla’s beschaving lag voornamelijk in het derde millennium v. Chr. (in dezelfde tijd als de aartsvaders). Hoewel de teksten van Ebla, tot dusverre, niet specifiek melding maken van Bijbelse personen of gebeurtenissen, (hoewel er op dit punt heftig gediscussieerd wordt), geven ze wel een overvloed aan achtergrondmateriaal en Bijbelse plaatsnamen om de waarde van de Bijbelse verhalen te beoordelen. Het belang van Ebla voor de Syrische geschiedenis is groot. Het belang van Ebla voor de studie van de Bijbel is fenomenaal. Tot dusverre is alleen het topje van de ijsberg gezien. Hoewel het lang geduurd heeft voordat het bewijs naar boven kwam, volgt hier een opsomming van de ondersteuning die het biedt aan de Bijbelse verhalen.



