3E. Oude Middenoosterse schattingen

Sommigen beschouwen de schattingen die Salomo ontving op het hoogtepunt van zijn rijk als overdreven fantasieën. Maar de vondst in Ebla geeft een andere kijk op de zaak:

De rijksstad Ebla moet op het toppunt van zijn macht een geweldig inkomen gehad hebben. Alleen al van één verslagen koning van Mari werd bij één gelegenheid een schatting van 11 duizend pond zilver en 880 pond goud afgeperst. Deze tien ton [sic] zilver en meer dan een-derde ton goud was op zich al geen geringe vangst. Toch was het niet meer dan een “lekker extraatje” op de schatkistrekening van Ebla. In een dergelijke economische context verliezen de 666 talenten (ongeveer 20 ton) goud van Salomo’s basisinkomen uit zijn hele “rijk”, zo’n 15 eeuwen later, hun overdreven voorkomen en lijken ze nog maar heel prozaïsch, als slechts een element in het bredere kader van het grootse, (maar vergankelijke) bestaan van de grote koninkrijken in de oude Bijbelse wereld.

De zojuist gegeven vergelijkingen bewijzen niet dat Salomo inderdaad 666 talenten goud kreeg, of dat zijn koninkrijk precies zo ingericht was als Koningen het beschrijft. Maar ze geven duidelijk aan (i) dat de oudtestamentische gegevens bestudeerd moeten worden in de context van hun wereld en niet op zichzelf, en (ii) dat de schaal van de activiteiten die in het Oude Testament worden afgeschilderd geen onmogelijkheid is, en zelfs geen onwaarschijnlijkheid, gemeten aan de relevante externe maatstaven. (Kitchen, BIW, 51, 52)


© 2009 Stichting Agapè & Josh McDowell Ministries

Optimized by SEO Ultimate