De teksten van Ebla onthullen dat veel van de godsdienstige gewoonten in het Oude Testament niet zo “laat” zijn als bepaalde kritische geleerden beweren.
Wat priesters, cultus en offers betreft versterken de verslagen van Ebla tot dusverre voor Syrië-Palestina slechts wat we al weten over het Egypte, Mesopotamië, en Anatolië van de derde tweede en eerste millennia v. Chr., en wat bekend is uit de verslagen van de Noord-Syrische steden Quatna en Ugarit van het tweede millennium v. Chr. Namelijk, dat het godsdienstige leven voortdurend gekenmerkt werd door een georganiseerde tempelcultus, met offers, rituelen enz., in alle tijdperken, vanaf de prehistorie tot de Grieks-Romeinse tijd. Er klopt niets van de ongegronde theorieën uit de negentiende eeuw n. Chr., dat dergelijke kenmerken slechts een teken van “late beschaving” zijn, tot na de Babylonische ballingschap verboden voor de Hebreeën – als enige van alle volken van het oude Oosten. Er is eenvoudigweg geen enkele rationele basis voor het rare idee dat de eenvoudige rites van Mozes’ tabernakel (vgl. Leviticus) of van Salomo’s tempel, beide ruim 1000 jaar later dan de rituelen die in een half dozijn 38Eblaïtische tempels werden uitgevoerd, loze bedenksels van idealiserende schrijvers uit de late vijfde eeuw v. Chr. zouden zijn geweest. (Kitchen, BIW, 54)
Giovanni Pettinato merkt op over de bron van de door Kitchen genoemde details:
Als we naar de godsdienstige cultus gaan, merken we het bestaan op van de tempels van Dagon, Astar, Kamos, Rasap, allemaal voorkomend in de teksten van Ebla. Onder de offers worden brood, drank, en zelfs dieren vermeld. Twee kleitabletten, TM, 75, G, 1974 en TM, 75, G, 2238, springen eruit omdat ze aangeven welke dieren tijdens één maand aan welke goden geofferd werden door alle leden van de koninklijke familie. Bijvoorbeeld: “11 schapen voor de god Hadad van de en als een offergave”, “12 schapen voor de God Dagon van de en als een offergave”, “10 schapen voor de God Rasap van de stad Edani van de en als een offergave”.
Een interessant aspect van de godsdienst in Ebla is de aanwezigheid van diverse categorieën priesters en priesteressen, waaronder twee klassen profeten, de mahhu en de nabiutum, waarvan de tweede een natuurlijke tegenhanger heeft in het Oude Testament. Ter verklaring van het Bijbelse verschijnsel keken geleerden voor achtergrondinformatie tot dusverre naar Mari, maar in de toekomst zal ook Ebla hun aandacht trekken. (Pettinato, RATME, 49)



