Net als met de scheppingsverhalen is het verhaal van de zondvloed in Genesis realistischer en minder mythologisch dan andere oude versies, wat duidt op de echtheid ervan. De oppervlakkige overeenkomsten wijzen op de historische kern van de gebeurtenissen die aanleiding vormden voor deze verhalen, en niet op plagiaat van Mozes. De namen zijn anders: Noach heet Ziusudra bij de Sumeriërs en Utnapishtim bij de Babyloniërs. Het verhaal op zich niet: een man krijgt de opdracht een schip van specifieke afmetingen te bouwen omdat God(en) de aarde zal/zullen laten overstromen. Hij doet het, en als de storm voorbij is, brengt hij nadat hij het schip verlaten heeft, een offer. De godheid (godheden) voelt wroeging over de vernietiging van het leven, en sluit een verbond met de man. Deze kerngebeurtenissen wijzen op een historische basis.
Soortgelijke zondvloedverhalen vinden we over heel de wereld. De Grieken, de Hindoes, de Chinezen, de Mexicanen, de Algonquins, de Hawaiianen, allemaal vertellen ze over de zondvloed. Een lijst van Sumerische koningen gebruikt de zondvloed als historisch referentiepunt. Na vermelding van acht koningen die buitengewoon lang leefden (tienduizenden jaren), wordt de opsomming onderbroken door deze zin: “[Toen] raasde de Vloed over [de aarde] en toen het koningschap [weer] uit de hemel werd neergelaten, [begon] het koningschap in Kis.”
Er zijn goede redenen om aan te nemen dat Genesis het oorspronkelijke verhaal heeft. De andere versies bevatten uitwijdingen die duiden op wijzigingen in de tekst. Alleen in Genesis wordt het jaar van de zondvloed gegeven, met chronologische gegevens in verband met Noachs leven. Feitelijk 40leest Genesis als een logboek of een scheepsjournaal van de gebeurtenissen. Het Babylonische kubusvormige schip zou niemand gered hebben. De woeste golven zouden het voortdurend van de ene zijde op de andere gekeerd hebben. Maar de Bijbelse ark is rechthoekig – lang, breed, en laag – zodat hij stevig in de ruwe zee gelegen zal hebben. De regenperiode in de heidense verhalen (zeven dagen) is niet lang genoeg voor de vernietiging waarvan ze melding maken. De wateren zouden minstens boven de meeste bergen uit moeten stijgen, tot meer dan 5000 meter, en het is redelijker om daarvoor een langere regenperiode te veronderstellen. Het Babylonische idee dat alle wateren in één dag wegzakten is net zo ongerijmd.
Een ander opvallend verschil tussen Genesis en de andere varianten is dat in deze verhalen de held onsterfelijkheid krijgt en hoog vereerd wordt. De Bijbel vervolgt met de zonde van Noach. Alleen in een variant die uit is op het vertellen van de waarheid zou deze realistische bekentenis zijn gedaan.



