Het lijkt, zegt Joseph Free, een uiterst vreemde zaak dat Isaak zijn mondelinge zegen niet terugnam toen hij Jakobs bedrog ontdekte. Maar de kleitabletten van Nuzi vertellen ons dat een dergelijke mondelinge verklaring volkomen legaal en bindend was. Hij kon deze zegen dus niet terugtrekken. Op een van de tabletten wordt verslag gedaan van een rechtszaak over een vrouw die met een bepaalde man zou trouwen, maar zijn jaloerse broers gingen hier tegenin. De man won de zaak omdat zijn vader de vrouw mondeling aan hem beloofd had. Mondelinge uitspraken hadden een heel ander gewicht 42dan tegenwoordig. De cultuur waaruit de teksten van Nuzi komen is vergelijkbaar met die in Genesis. (Free, AL, 322, 323)
G. Ernest Wright licht deze officiële handeling toe: “Mondelinge zegeningen of wilsbeschikkingen op het sterfbed werden als geldig beschouwd, zowel in Nuzi als in de patriarchale maatschappij. Dergelijke zegeningen waren een serieuze zaak en onherroepelijk. We herinneren ons dat Isaak bereid was zijn woord te houden, al had Jakob hem zijn zegen onder valse voorwendselen ontfutseld. ‘Toen schrok Isaak hevig en zei: “Maar wie was het dan die mij net een stuk wild heeft gebracht dat hij geschoten had? … En die zegen zal op hem blijven rusten”’ (Genesis 27:33)” (Wright, PSBA, zoals geciteerd in Willoughby, SBTT, 43)
Over de hierboven genoemde verslagen van Nuzi maakt Cyrus Gordon drie opmerkingen: “Deze tekst stemt overeen met Bijbelse zegeningen als die van de aartsvaders in dat het (a) een mondelinge wilsbeschikking is, (b) met wettige geldigheid, (c) uitgesproken door een stervende vader ten gunste van zijn zoon.” (Gordon, BCNT, 8)
Hiermee wordt meer licht geworpen op een cultuur waarvan onze kennis op zijn hoogst ontoereikend is.



