1E. Verkoop als slaaf
K. A. Kitchen laat in zijn boek Ancient Orient and Old Testament zien dat Genesis 37:28 de juiste prijs geeft voor een slaaf in de achttiende eeuw v. Chr.: “De prijs van twintig zilveren sjekels die voor Jozef betaald werd in Genesis 37:28 is de correcte gemiddelde prijs voor een slaaf in de tijd rond de achttiende eeuw v. Chr.: daarvoor waren slaven goedkoper, en later werden ze steeds duurder. Dit is alweer zo’n klein detail dat past in zijn cultuurhistorische tijdperk.” (Kitchen, AOOT, 52-53)
2E. Het verblijf in Egypte
Jozefs verblijf in Egypte werd door sommigen betwijfeld als mogelijkheid. Millar Burrows stelt: “Verslagen dat men in tijden van hongersnood naar Egypte trok doen ons denken aan Egyptische vermeldingen van Aziaten die met dit doel naar Egypte kwamen. Er is een afbeelding van bezoekende Semieten te zien op de muur van een graf bij Beni Hasan, dat stamt uit een tijd die niet ver verwijderd is van die van Abraham.” (Burrows, WMTS, 266, 267)
Howard Vos wijst in Genesis and Archaeology ook op de aanwezigheid van de Hyksos in het land.
Maar we hebben veel meer dan de afbeelding op Knumhoteps graf ter ondersteuning van een vroege aanwezigheid van buitenlanders in Egypte. Er zijn vele aanwijzingen dat de Hyksos rond 1900 v. Chr. begonnen binnen te dringen in het Nijldal. Andere groepen kwamen rond 1730 en verdrongen de autochtone Egyptische heersers. Dus als we uitgaan van een vroege datering voor 44de komst van de Hebreeën naar Egypte zouden ze zijn binnengekomen tijdens het tijdperk van de infiltratie van de Hyksos – toen er blijkbaar veel buitenlanders binnenkwamen. Als we als jaartal voor de komst van de Hebreeën ongeveer 1700 of 1650 v. Chr. aannemen, werd Egypte geregeerd door de Hyksos, van wie het aannemelijk was dat ze buitenlanders binnenlieten. (Vos, GA, 102)
Vos legt vier verbanden tussen de Hyksos en de Bijbel. Ten eerste: voor de Egyptenaren waren de Hyksos en de Hebreeën verschillende volken. Ten tweede: het is mogelijk dat de nieuwe Egyptische koning die vijandig tegenover Jozefs volk stond (Exodus 1;8) een nationalistische Egyptische koning was. Natuurlijk was zo’n uitbarsting van nationalisme voor geen enkele buitenlander gezond. Ten derde: Genesis 47:17 is de eerste vermelding van paarden in de Bijbel. De eerste paarden kwamen met de Hyksos naar Egypte. Ten vierde: na de verdrijving van de Hyksos kwam veel land in handen van de koningen terecht; dit sluit aan bij de gebeurtenissen tijdens de hongersnood die door Jozef voorspeld was en waardoor hij de kroon verstevigde. (Vos, GA, 104)
3E. Jozefs promoties
Hier volgt een samenvatting van Howard Vos’ bespreking van het probleem van Jozefs unieke opklimming, die te vinden is in zijn Genesis and Archaeology:
Dat Jozef van slaaf eerste minister van Egypte werd heeft nogal wat kritische wenkbrauwen doen fronsen, maar er zijn een aantal archeologische verslagen van soortgelijke gebeurtenissen in het land van de Nijl.
De Kanaäniet Meri-Ra werd wapendrager van Farao; een andere Kanaäniet, Ben Mat-Ana werd aangesteld in de hoge functie van tolk; en een Semiet, Yanhamu of Jauhamu, werd als plaatsvervanger van Amenhotep III aangesteld over de graanschuren van de delta, een verantwoordelijkheid die lijkt op die van Jozef voor en tijdens de hongersnood.
Toen Farao Jozef als eerste minister aanstelde, gaf hij hem een ring en een gouden keten, wat een normale procedure was bij Egyptische ambtelijke promoties. (Vos, GA, 106)
E. Campbell geeft in een commentaar op het Amarna-tijdperk een verdere bespreking van deze parallel met het aan de macht komen van Jozef.
Eén persoon in de Rib-Adda-correspondentie vormt een interessante verbinding tussen de heersers van de steden in het zuiden van Palestina en de Bijbel. Het is Yanhamu, die door Rib-Adda op zeker moment omschreven wordt als de musallil van de koning. De term betekent hoogstwaarschijnlijk de waaierdrager van de koning, een eretitel voor iemand die heel dicht bij de koning stond en waarschijnlijk aanwezig was bij vergaderingen over staatszaken. Yanhamu had dus een uiterst vooraanstaande positie in Egypte. Zijn naam verschijnt in de correspondentie van heersers in heel Syrio-Palestina. Aan het begin van het tijdperk van Rib-Adda lijkt Yanhamu verantwoordelijk geweest te zijn voor het verdelen van voorraden uit de Egyptische graanschuur Yarimuta, en we hebben al gezien dat Rib-Adda blijkbaar voortdurend behoefte aan zijn diensten had.
Yanhamu was een Semitische naam. Dit suggereert natuurlijk alweer een parallel met het verhaal van Jozef in Genesis, boven het feit dat ze allebei45 iets te maken hebben met het leveren van voedsel aan buitenlanders. Yanhamu vormt een uitstekende bevestiging van de werkelijk Egyptische achtergrond van het verhaal van Jozef, maar dit betekent natuurlijk niet dat deze mannen identiek zijn, of dat ze in dezelfde periode werkzaam waren. Jozef past beter in de voorafgaande periode, om verschillende redenen, hoewel de bewijzen ons hierover nog niets met enige zekerheid laten zeggen. Het is duidelijk dat Semieten in Egypte tot hoge posities konden opklimmen; misschien genoten ze zelfs wel de voorkeur in tijden dat het inheemse gezag te veel macht kreeg of teveel aan inteelt leed. (Campbell, zoals geciteerd in Burrows, WMTS, 16,17)
Met betrekking tot Semieten die aan de macht kwamen in de Egyptische regering zegt Kitchen, verwijzend naar diverse oude papyri:
Aziatische slaven in Eypte, verbonden aan de huishouding van hoge ambtenaren, zijn welbekend in het latere Egypte van het Middenrijk (ca 1850-1700 v. Chr.) en Semieten konden opklimmen tot hoge posities (tot de troon toe, vóór het Hyksos-tijdperk), zoals de eerste minister Hur. Jozefs carrière zou gemakkelijk kunnen vallen in de periode van het einde van de dertiende en het begin van de veertiende dynastie. De rol van dromen is natuurlijk welbekend tijdens alle perioden. We hebben uit Egypte een kopie van een leerboek voor droomuitlegging van rond 1300 v. Chr., dat een aantal eeuwen eerder geschreven werd; dergelijke werken zijn ook bekend uit het Assyrië van het eerste millennium. (Kitchen, BW, 74)
4E. Het graf van Jozef
In Prophets, Idols, and Diggers onthult John Elder:
In de laatste verzen van Genesis wordt verteld hoe Jozef zijn familieleden bezwoer om, wanneer God hen naar hun oude woonplaats terug zou brengen, zijn gebeente mee terug te nemen naar Kanaän, en in Jozua 24:32 lezen we hoe zijn lichaam inderdaad naar Palestina vervoerd werd en begraven bij Sichem. Eeuwenlang werd een graftombe bij Sichem vereerd als het graf van Jozef. Een paar jaar geleden werd het graf geopend. Het bleek een lijk te bevatten dat gemummificeerd was volgens de Egyptische gebruiken, en in de tombe bevond zich onder andere een zwaard van het type dat Egyptische overheidsdienaren droegen. (Elder, PID, 54)
6D. Rest van het archeologisch bewijs met betrekking tot de aartsvaders
De ontdekkingen van Nuzi speelden een centrale rol bij de verheldering van diverse gedeelten in deze sectie. S. H. Horn noemt zes verschillende gebieden waarop de teksten invloed gehad hebben:
Andere [Nuzi]teksten tonen aan dat een vader gewoonlijk een bruid voor zijn zoon koos, net als de aartsvaders; dat een man zijn schoonvader een bruidsschat moest betalen, of voor hem werken als hij zich geen bruidsschat kon permitteren, zoals de arme Jakob; dat een mondelinge wilsbeschikking van een vader niet veranderd kon worden nadat ze was uitgesproken, zoals bij Isaaks weigering om iets te veranderen aan de zegen die hij over Jakob had uitgesproken, hoewel deze door misleiding was verkregen; dat een bruid van haar vader gewoonlijk een slavin als dienstmeisje kreeg, zoals Lea en Rachel nadat ze met Jakob getrouwd waren; dat op de diefstal van godsdienstige voorwerpen of godenbeelden de doodstraf stond, wat de reden was waarom Jakob ermee instemde dat degene bij wie de gestolen goden van zijn schoonvader gevonden werden, gedood zou worden; dat de vreemde verhouding tussen Juda en zijn schoondochter Tamar levendige illustraties zijn van de wetten van de oude Assyriërs en Hethieten. (Horn, RIOT, 14)
De archeologie heeft inderdaad invloed op onze kennis van de achtergronden van de Bijbel gehad.



