In Jeremia 34:6 en 7 staat: “De profeet Jeremia bracht deze woorden in Jeruzalem over aan koning Sedekia van Juda,48 toen het leger van de koning van Babylonië de aanval had ingezet op Jeruzalem en op Lachis en Azeka, de enige vestingsteden van Juda die nog standhielden.”
Israël had zich vergeefs verzet tegen Nebukadnessar. Juda had niet meegedaan met deze opstand. Jeremia predikte onderwerping, terwijl de Joodse leiders het alleen maar over verzet hadden – en verzetten deden ze zich, hoewel ze finaal verslagen werden door Nebukadnessar. In de laatste dagen van de opstand was er niets van de Hebreeuwse onafhankelijkheid overgebleven dan een paar buitenposten, Lachis en Azeka, 55 km ten zuidwesten van Jeruzalem. Uit Lachis komen enkele brieven die een levendig beeld schetsen van hoe het was in die omstandigheden. Ze vormen een geweldige aanvulling op onze kennis van de oudtestamentische achtergrond. Deze ontdekking staat bekend als de Lachisbrieven (of ostraka).



