Naast de overgeleverde niet-christelijke bronnen voor het leven van Christus is er een aantal documenten waarnaar verwezen wordt, maar die niet teruggevonden zijn. Een daarvan is de Handelingen van Pontius Pilatus, een verondersteld ambtelijk document waarnaar rond 150 n. Chr. wordt verwezen door Justinus Martyr en rond 200 n. Chr. door Tertullianus. Justinus schrijft:
“En de uitdrukking: ‘Zij doorboorden mijn handen en voeten’ was een verwijzing naar de spijkers die in zijn handen en voeten werden geslagen. En nadat Hij gekruisigd was, lootten ze om zijn kleding, en zij die Hem gekruisigd hadden verdeelden die onder zich. En dat deze dingen werkelijk gebeurd zijn is na te gaan in de ‘Handelingen’ van Pontius Pilatus.” (Martyr, FA, 35) Justinus beweert bovendien dat de wonderen van Jezus in dit document bevestigd worden.



