2C. Suetonius

Suetonius was de secretaris van keizer Hadrianus (die regeerde van 117-138 n. Chr.). Hij bevestigt wat er staat in Handelingen 18:2, dat Claudius (in 49 n. Chr.) verordende dat alle Joden (waaronder Priscilla en Aquila) Rome moesten verlaten. Twee opmerkingen zijn van belang.

“Aangezien de Joden voortdurend opschudding veroorzaakten op instigatie van Chrestus, verbande hij hen uit Rome.” (Suetonius, Leven van Claudius, 25.4)

Over de tijd na de grote brand in Rome schrijft Suetonius: “Er werd straf geoefend aan de christenen, een groep mensen die een nieuw en verderfelijk bijgeloof aanhingen.” (Suetonius, Leven van Nero,16)

Aangezien Suetonius ongeveer vijfenzeventig jaar na het plaatsvinden van deze gebeurtenissen schreef, kon hij niet weten of de opschudding werkelijk werd uitgelokt door die zogenaamde Chrestus of wegens iemand met die naam. Waarschijnlijk verwijst hij naar de heftige discussies van de Joden over Jezus’ identiteit.


© 2009 Stichting Agapè & Josh McDowell Ministries

Optimized by SEO Ultimate