5C. Plinius de Jonge

In de oudheid hadden mensen met een hoge positie in de regering dikwijls toegang tot officiële informatie die niet aan het publiek ter beschikking stond. Plinius de Jonge was een Romeins schrijver en gouverneur. In een brief aan keizer Trajanus rond 112 n. Chr. beschrijft Plinius de godsdienstoefeningen van de christenen:

Ze hadden de gewoonte om op een bepaalde dag samen te komen, voordat het licht werd, en zongen dan in beurtzang een lied tot Christus, als tot een God, en verbonden zich met een plechtige eed, niet om slechte daden te doen, maar om nooit te komen tot bedrog, diefstal of overspel, nooit hun woord te breken, of een belofte na te komen wanneer ze daartoe gehouden werden; waarna het hun gewoonte was om uit elkaar te gaan, en dan weer bijeen te komen om te eten – voedsel van gewone en onschuldige aard. (Plinius de Jonge, L, 10:96)

Deze verwijzing vormt een stevig bewijs voor het feit dat Jezus Christus al heel vroeg als God werd aanbeden door christenen die zich hielden aan de gewoonte om samen brood te breken, zoals vermeld in Handelingen 2:42 en 46.


© 2009 Stichting Agapè & Josh McDowell Ministries

Optimized by SEO Ultimate