In antwoord op Plinius’ brief gaf Trajanus de volgende richtlijnen voor de bestraffing van de christenen: “Deze mensen moeten niet opgespoord worden; als ze openlijk aangeklaagd worden en ze blijken schuldig te zijn, moeten ze gestraft worden, maar met die restrictie dat wie ontkent christen te zijn en dat bewijst (dat wil zeggen, door tot onze goden te aanbidden), vergeving ontvangt op grond van zijn berouw, ondanks de verdenking die hij eerder op zich geladen heeft.” Plinius de Jonge, L, 10:97)



