De meest waardevolle talmoedische geschriften met betrekking tot de historische Jezus zijn samengesteld rond 70 en 200 n. Chr. tijdens de zgn. Tannaïtische periode. Veruit de belangrijkste tekst is Sanhedrin 43a: “Op de avond van Pesach werd Yeshu opgehangen. Veertig dagen voor de terechtstelling plaatsvond, ging er een heraut rond die riep: ‘Hij zal gestenigd worden omdat hij toverij bedreven heeft en Israël tot afvalligheid verleid heeft. Laat ieder die iets ten gunste van hem kan zeggen naar voren komen en voor hem pleiten.’ Maar aangezien er niets ten gunste van hem naar voren werd gebracht, werd hij op de avond van Pesach gekruisigd!” (Babylonische Talmoed)
Onder de nieuwtestamentische details die door dit gedeelte bevestigd worden, zijn zowel het feit en het moment van de kruisiging, als het voornemen van de godsdienstige leiders om Jezus te doden.



