Mara Bar-Serapion, een Syriër, schreef ergens tussen het einde van de eerste en het begin van de derde eeuw aan zijn zoon Serapion een brief die een verwijzing naar Jezus lijkt te bevatten:
Welk voordeel hadden de Atheners van het doden van Socrates? Hongersnood en ziekte overkwamen hen als oordeel over hun wandaad. Welk voordeel hadden de mannen van Samos van het verbranden van Pythagoras? In één oogwenk werd hun land overdekt met zand. Welk voordeel hadden de Joden van het ter dood brengen van hun wijze Koning? Kort daarna werd hun koninkrijk vernietigd. God heeft deze drie wijze mensen op rechtvaardige wijze gewroken: de Atheners kwamen om door de honger; de bewoners van Samos werden door de zee overspoeld; de Joden, berooid en uit hun land verdreven, zijn overal verspreid. Maar Socrates stierf niet voor goed; […]hij leefde voort in het standbeeld van Hera. Ook de wijze Koning stierf niet voor; Hij leefde voort in de leer die Hij gegeven had. (British Museum, Syrisch manuscript, add. 14, 658; geciteerd in Habermas, HJ, 200)



