De bewijzen steunen de theorie dat de Hebreeuwse canon lang voor het einde van de eerste eeuw n. Chr. vaststond, meer dan waarschijnlijk al in de vierde eeuw v. Chr. en zeker niet later dan 150 v. Chr. Een van de voornaamste redenen voor deze conclusie is afkomstig van de Joden zelf, die er vanaf de vierde eeuw v. Chr. van overtuigd waren dat “de stem van God niet langer rechtstreeks sprak.” (Ewert, ATMT, 69) Met andere woorden, de profetische stemmen was het zwijgen opgelegd. Geen woord van God betekende geen nieuw Woord van God. Zonder profeten is er geen Bijbelse openbaring mogelijk.
Over de intertestamentaire periode (de ongeveer vierhonderd jaar tussen de afsluiting van het Oude Testament en de gebeurtenissen van het Nieuwe Testament) merkt Ewert op: “In 1Maccabeeën 14:41 lezen we over Simon, die tot leider en priester gemaakt wordt ‘tot er een betrouwbare profeet zal opstaan’ en daaraan voorafgaand gesproken heeft over een leed in Israël, zoals ‘er niet geweest is sinds de profeten ophielden aan hen te verschijnen.’ ‘De profeten zijn in slaap gevallen’, klaagt de schrijver van 2Baruch (85:3). Boeken die geschreven werden na de profetische periode lagen buiten de sfeer van de heilige Schrift, vond men.” (Ewert, ATMT, 69-70)
De laatst geschreven en als canoniek erkende boeken waren Maleachi (geschreven rond 450 v. Chr.) en Kronieken (niet later dan 400 v. Chr. geschreven) (Walvoort, BKCOT, 589, 1573). Deze boeken verschijnen met de rest van de Hebreeuwse canonieke boeken in de Griekse vertaling van de Hebreeuwse canon, de Septuaginta (LXX), die rond 250 – 150 v. Chr. werd samengesteld (Geisler, GIB, 24; zie ook Ewert, ATMT, 104-108 en Wurthwein, TOT 49-53).
F. F. Bruce bevestigt: “De boeken van de Hebreeuwse Bijbel zijn traditioneel 24 in getal, verdeeld in drie groepen.“ (Bruce, CS, 29) De drie groepen zijn de Wet, de Profeten en de Geschriften. Hieronder volgt de indeling van de Hebreeuwse canon zoals die te vinden is in vele boeken, waaronder de moderne uitgaven van het Joodse Oude Testament. (Bekijk The Holy Scriptures, volgens de Masoretische tekst en Biblia Hebraica, van Rudolph Kittel en Paul Kahle, [eds].)
Hoewel de christelijke kerk dezelfde oudtestamentische canon bezit, verschilt het aantal boeken, omdat wij Samuël, Koningen, Kronieken en Ezra-Nehemia elk in twee boeken verdelen, en de kleine profeten, die door de Joden tot één boek gecombineerd worden onder de titel “De twaalf” als aparte boeken zien. De kerk heeft ook de volgorde van de boeken veranderd, en gekozen voor een thematische ordening in plaats van de formele volgorde. (Geisler, GIB, 23)
| De Wet (Torah) | Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri, Deuteronomium |
| De Profeten (Neviim) | Jozua, Rechters, Samuël, Koningen (Vroege Profeten), Jesaja, Jeremia, Ezechiël, De Twaalf (Late Profeten) |
| De Geschriften (Ketuvim of Hagiographa [Gk]) | Psalmen Spreuken Job (Dichterlijke Boeken) Hooglied, Ruth, Klaagliederen, Ester, Prediker (Vijf Rollen [Megillot]), Daniël, Ezra-Nehemia, Kronieken (Historische Boeken) |



