Geisler en Nix noemen tien getuigenissen uit de oudheid die tegen de erkenning van de Apocriefen pleiten:
- De Alexandrijnse Joodse filosoof Philo (20 v. Chr. tot 40 n. Chr.) citeerde overvloedig uit het Oude Testament, en erkende zelfs de driedeling ervan, maar citeerde nooit de Apocriefen als deel uitmakend van de Schrift.
- De Joodse historicus Josefus (30 – 100 n. Chr.) sluit de Apocriefen expliciet uit als hij 21 oudtestamentische boeken telt. Hij citeert de apocriefe boeken ook niet als Schrift.
- Jezus en de nieuwtestamentische schrijvers citeren nooit uit de Apocriefen, hoewel ze honderden malen citeren en verwijzen naar zo goed als alle canonieke boeken van het Oude Testament.
- De Joodse geleerden van Jamnia (90 n. Chr.) erkenden de Apocriefen niet.
- Bijna vier eeuwen lang erkende geen enkele canon of synode van de christelijke kerk de Apocriefen als geïnspireerd.
- Veel van de grote vroege kerkvaders spraken zich uit tegen de Apocriefen – bijvoorbeeld Origenus, Cyrillus van Jeruzalem, en Athanasius.
- Hiëronymus (340-420 n. Chr.), de grote geleerde en vertaler van de Latijnse Vulgatus, verwierp de Apocriefen als onderdeel van de canon. Hiëronymus zei dat de kerk ze leest “als voorbeeld voor het leven en onderwijs voor het gedrag” maar ze niet toepast “voor het vaststellen van enige leer”. Over de Middellandse Zee heen discussieerde hij hierover met Augustinus. Aanvankelijk weigerde Hiëronymus zelfs de apocriefe boeken in het Latijn te vertalen, maar later verzorgde hij een gehaaste vertaling van enkele van deze boeken. Na zijn dood en “over zijn lijk” werden de apocriefe boeken rechtstreeks vanuit de Oud Latijnse versie in zijn Latijnse Vulgatus gekopieerd.
- In de tijd van de Reformatie verwierpen veel rooms-katholieke geleerden de Apocriefen.
- Luther en de Reformatoren verwierpen de canoniciteit van de Apocriefen.
- Pas in 1546 n. Chr., in een polemische actie tijdens het tegen de Reformatie gerichte concilie van Trente (1546-63), verleende de rooms-katholieke kerk de apocriefe boeken volledig de canonieke status. (Geisler/Nix, GIB, 272-273)



