1A. Uniek in zijn continuïteit

De Bijbel is het enige boek dat:

  1. geschreven is over een periode van zo’n vijftienhonderd jaar.
  2. geschreven is door meer dan veertig schrijvers uit alle lagen van de bevolking, waaronder koningen, godsdienstige leiders, boeren, filosofen, vissers, belastinginners, dichters, musici, staatslieden, geleerden, en herders. Bijvoorbeeld:
    • Mozes, politiek leider en rechter, geschoold in universiteiten van Egypte;
    • David, koning, dichter, musicus, schaapherder en strijder;
    • Amos, herder;
    • Jozua, generaal;
    • Nehemia, schenker van een heidense koning;
    • Daniël, eerste minister;
    • Salomo, koning en filosoof;
    • Lukas, arts en historicus;
    • Petrus, visser;
    • Matteüs, belastinginner;
    • Paulus, rabbi;
    • Markus, secretaris van Petrus.
  3. geschreven is in verschillende plaatsen:
    • door Mozes in de woestijn;
    • door Jeremia in een kerker;
    • door Daniël op een heuvel en in een paleis;
    • door Paulus binnen de gevangenismuren;
    • door Lukas onderweg;
    • en door Johannes tijdens zijn verbanning op het eiland Patmos.
  4. geschreven is op verschillende momenten:
    • door David in tijden van oorlog en opoffering;
    • door Salomo in tijden van vrede en voorspoed.
  5. geschreven is in verschillende gemoedstoestanden:
    • sommigen schreven uit opperste blijdschap;
    • anderen schreven uit de diepte van hun lijden en wanhoop;
    • sommigen in tijden van zekerheid en overtuiging;
    • anderen in dagen van verwarring en twijfel.
  6. geschreven is in drie werelddelen:
    • Azië;
    • Afrika;
    • Europa.
  7. geschreven is in drie talen:
    • Het Hebreeuws, de taal van de Israëlieten en nagenoeg het hele Oude Testament; 2 Koningen 18:26-28 en Nehemia 13:24 verwijzen ernaar als “het Judees”, en Jesaja 19:18 als “de taal van Kanaän.”
      Het Hebreeuws is een beeldende taal waarin het verleden niet slechts beschreven, maar verbaal geschilderd wordt. Er wordt niet alleen een landschap gepresenteerd, maar een bewegend panorama. De loop van de gebeurtenissen wordt gereënsceneerd. (Let op het frequente gebruik van “zie,” een Hebraïsme dat is overgenomen in het Nieuwe Testament.) Veelgebruikte Hebreeuwse uitdrukkingen als “Hij stond op en ging,” “Hij opende zijn mond en sprak,” “Hij hief zijn ogen op en zag,” en “Hij verhief zijn stem en weende,” vormen een illustratie van de beeldende kracht van de taal. (Dockery, FBI, 214)
    • Het Aramees, de algemene omgangstaal van het Nabije Oosten tot aan de tijd van Alexander de Grote (van de zesde tot de vierde eeuw voor Christus) (Albright, AP, 218). Daniël 2 t/m 7 en het grootste deel van Ezra 4 t/m 7 is in het Aramees geschreven, evenals incidentele uitdrukkingen in het Nieuwe Testament, waarvan de voornaamste Jezus’ uitroep aan het kruis is: “Eli, Eli, Lama Sabachtani,” wat betekent: “Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?” (Matteüs 27:46).
      Het Aramees staat taalkundig gezien erg dicht bij het Hebreeuws en heeft een vergelijkbare structuur. Aramese teksten in de Bijbel zijn geschreven in hetzelfde schrift als het Hebreeuws. Vergeleken met het Hebreeuws heeft het Aramees een grotere woordenschat met vele leenwoorden en een grotere variëteit aan voegwoorden. Het bevat ook een uitgebreid systeem van tijdsvormen, ontwikkeld uit het gebruik van deelwoorden in combinatie met voornaamwoorden of met verschillende vormen van het werkwoord “zijn”. Hoewel het Aramees minder welluidend en poëtisch is dan het Hebreeuws, voldoet het waarschijnlijk beter als medium voor precieze expressie.
      Het Aramees is waarschijnlijk de oudste nog levende taal in de geschiedenis. Het was in gebruik in de Bijbelse patriarchale tijd en wordt vandaag de dag nog steeds door een klein aantal mensen gesproken. Uit het Aramees, en het verwante Syrisch, ontwikkelden zich in verschillende periodes en plaatsen vele dialecten. Gekenmerkt door eenvoud, helderheid en precisie, paste het Aramees zich moeiteloos aan aan de uiteenlopende behoeften van het dagelijkse leven. De taal leende zich evengoed voor gebruik door wetenschappers, studenten en juristen, als door handelaars. Het Aramees is wel aangeduid als de Semitische tegenhanger van het Engels. (Dockery, FBI 221)
    • Het Grieks, de taal waarin bijna het hele Nieuwe Testament geschreven is. In de tijd van Christus was het de internationale taal, net zoals dat in toenemende mate geldt voor het Engels in de moderne wereld.
      Het Griekse schrift was gebaseerd op een waarschijnlijk aan de Feniciërs ontleend alfabet, en vervolgens aangepast aan het Griekse klanksysteem en de Griekse schrijfrichting. Het Grieks werd aanvankelijk net als de West-Semitische talen van rechts naar links geschreven, vervolgens in een heen-en-weerpatroon, en ten slotte van links naar rechts.
      De overwinningen van Alexander de Grote stimuleerden de verbreiding van de Griekse taal en cultuur. Regionale dialecten werden grotendeels vervangen door “Hellenistisch” of “koine” (algemeen) Grieks…. Het koinedialect voegde vele volkse uitdrukkingen toe aan het Attisch Grieks, en kreeg zodoende een breder bereik. Door de vereenvoudigde grammatica sloot het ook gemakkelijker aan bij een wereldwijde cultuur. De nieuwe taal, die een weergave was van de eenvoudige spreektaal van het volk, werd de gemeenschappelijke handels- en diplomatieke taal. De Griekse taal verloor veel van zijn elegantie en fijne nuances als gevolg van zijn evolutie van klassiek naar koine. Desondanks wist het zijn kenmerkende eigenschappen van kracht, schoonheid, helderheid en logische, retorische kracht te behouden.
      Het is veelzeggend dat de apostel Paulus zijn brief aan de christenen in Rome in het Grieks schreef in plaats van in het Latijn. Het Romeinse Rijk van die tijd was cultureel gezien een Griekse wereld, behalve in het handelen van de overheid.
      De woordenschat van het Griekse Nieuwe Testament is royaal en toereikend om precies de door de schrijver bedoelde betekenisschakeringen over te brengen. Zo gebruikt het Nieuwe Testament twee verschillende woorden voor “liefde” (voor twee soorten liefde), twee woorden voor “een ander” (een ander van dezelfde, of een ander van een verschillende soort), en verscheidene woorden voor verschillende soorten kennis. Het is veelbetekenend dat sommige woorden weggelaten worden, zoals eros (een derde soort van liefde) en andere veelgebruikte woorden in de Hellenistische cultuur van die dagen. (Dockery, FBI 224-25, 227)
  8. geschreven is in een veelheid van literaire genres, waaronder:
    • poëzie,
    • geschiedschrijving,
    • liederen,
    • liefdesverhalen,
    • didactische uiteenzettingen,
    • persoonlijke correspondentie,
    • memoires,
    • satire,
    • biografie,
    • autobiografie,
    • wetgeving,
    • profetie,
    • gelijkenissen, en
    • allegorie.
  9. De Bijbel kaart honderden controversiële onderwerpen aan, onderwerpen die in gesprekken tegenovergestelde meningen oproepen. De Bijbelschrijvers behandelden honderden gevoelige thema’s (zoals huwelijk, echtscheiding en hertrouwen, homoseksualiteit, overspel, gehoorzaamheid aan gezag, de waarheid spreken en liegen, karakterontwikkeling, ouderschap, het wezen en de openbaring van God). Maar van Genesis tot en met Openbaring benaderen deze schrijvers ze met een verbazingwekkende mate van eensgezindheid.
  10. Ondanks zijn diversiteit ontvouwt zich in de Bijbel één verhaal: Gods verlossing van de mens. Norman Geisler en William Nix zeggen het zo: “Het ‘Verloren Paradijs’ van Genesis wordt het ‘Hervonden Paradijs’ van Openbaring. Waar de poort naar de levensboom gesloten wordt in Genesis, wordt hij voor eeuwig geopend in Openbaring.” (Geisler/Nix, GIB’86, 28) De rode draad is de verlossing van zonde en oordeel die leidt tot een volkomen nieuw leven en eindeloze gelukzaligheid in tegenwoordigheid van de ene, genadige, heilige God.
  11. Ten slotte, en het meest zwaarwegend, van alle in de Bijbel beschreven personen is de hoofdfiguur de ene, ware, levende God die bekend gemaakt is door Jezus Christus.
    Om te beginnen het Oude Testament: de wet biedt het “fundament voor Christus,” de historische boeken tonen de “voorbereiding voor Christus”, de dichterlijke werken “zien op Christus”, en de profetieën presenteren een “verwachting van Christus.” In het Nieuwe Testament doen de “evangeliën verslag van de historische manifestatie van Christus, de Handelingen vertellen van de verbreiding van Christus, de brieven geven uitleg over Christus, en in Openbaring wordt de voleinding van alle dingen in Christus gevonden.” (Geisler/Nix, GIB’86, 29) Van kaft tot kaft is de Bijbel christocentrisch.

Dus hoewel de Bijbel vele boeken van vele schrijvers bevat, bewijst de continuïteit ervan dat het ook één boek is. Zoals F. F. Bruce opmerkt: “Elk afzonderlijk onderdeel van het menselijk lichaam is alleen te duiden in samenhang met het lichaam als geheel. En elk afzonderlijk onderdeel van de Bijbel is alleen juist te duiden in samenhang met de Bijbel als geheel.” (Bruce, BP, 89)

Elk boek is feitelijk een hoofdstuk van het ene boek dat wij de Bijbel noemen. Bruce stelt vast:

De Bijbel lijkt op het eerste gezicht een verzameling – voornamelijk Joodse – literaire werken. Als we onderzoek doen naar de omstandigheden waaronder de diverse Bijbelse documenten geschreven werden, ontdekken we dat ze verspreid over een periode van bijna 1400 jaar geschreven zijn. De auteurs schreven in diverse landen, van Italië in het westen tot Mesopotamië en mogelijk Perzië in het oosten. De schrijvers zelf vormden een heterogene groep; het waren niet alleen honderden jaren en honderden kilometers die hen van elkaar scheidden, maar ze behoorden ook tot heel verschillende sociale klassen. We treffen in hun gelederen koningen, herders, soldaten, wetgevers, vissers, staatslieden, hovelingen, priesters en profeten, een tentenmakende rabbi en een heidense arts, om nog te zwijgen van anderen van wie we niets afweten behalve de geschriften die ze ons hebben nagelaten. De geschriften zelf vertonen een grote variatie aan literaire genres, waaronder geschiedschrijving, wetgeving (burgerlijke, strafrechtelijke, morele, rituele, en reinigingswetten), religieuze poëzie, didactische verhandelingen, lyrische poëzie, gelijkenissen en allegorieën, biografieën, persoonlijke correspondentie, persoonlijke memoires en dagboeken, afgezien van de typisch Bijbelse genres profetie en apocalyptiek.

Desondanks is de Bijbel niet zondermeer een bloemlezing; er is een eenheid die het geheel samenbindt. Een bloemlezing wordt samengesteld door een bloemlezer, maar aan de samenstelling van de Bijbel is geen bloemlezer te pas gekomen. (Bruce, BP 88)


Vergelijk de boeken van de Bijbel eens met de bundeling van westerse klassiekers getiteld The Great Books of the Western World. The Great Books bevat selecties uit meer dan 450 werken van bijna 100 auteurs over een periode van ongeveer vijfentwintig eeuwen: Homerus, Plato, Aristoteles, Plotinus, Augustinus, Thomas van Aquino, Dante, Hobbes, Spinoza, Calvijn, Rousseau, Shakespeare, Hume, Kant, Darwin, Tolstoj, Whitehead en Joyce, om maar een stel te noemen.

Hoewel deze individuen allemaal deel uitmaken van de traditie van het westerse denken, vertonen ze dikwijls een ongelooflijke verscheidenheid aan opvattingen over nagenoeg ieder onderwerp. En hoewel hun opvattingen bepaalde gemeenschappelijke kenmerken hebben, vertonen ze ook talrijke onverenigbare en tegenstrijdige meningen en standpunten. Feitelijk spannen ze zich regelmatig tot het uiterste in om de belangrijkste ideeën van hun voorgangers te bekritiseren en te weerleggen.

Op een dag kwam er bij ons een vertegenwoordiger langs van The Great Books of the Western World die probeerde verkopers voor de serie te werven. Hij spreidde een folder uit met een omschrijving van de serie, waarover hij vijf minuten tegen mijn vrouw en mij zat te praten. Vervolgens praatten wij anderhalf uur tegen hem over de Bijbel, die wij introduceerden als het grootste boek aller tijden. Ik daagde deze vertegenwoordiger uit om tien schrijvers uit de serie The Great Books te nemen, stuk voor stuk uit dezelfde sociale klasse, van dezelfde generatie, uit dezelfde plaats, met dezelfde gemoedstoestand, van hetzelfde continent en met dezelfde taal, die allemaal hetzelfde controversiële onderwerp behandelden. Vervolgens vroeg ik hem: “Zouden de schrijvers het met elkaar eens zijn?”
Hij was even stil en zei: “Nee.”
“Wat zou je dan hebben?” reageerde ik.
Onmiddellijk antwoordde hij: “Een samenraapsel.”
Twee dagen later gaf hij zijn leven aan Christus.

Het feit dat de Bijbel, zoals we die hierboven aangetoond hebben, uniek is, vormt geen bewijs voor zijn inspiratie. Het biedt echter wel een uitdaging aan iedereen die werkelijk op zoek is naar de waarheid, om serieus na te denken over zijn unieke karakter in termen van continuïteit. Die vertegenwoordiger van Great Books zette deze stap, en ontdekte en passant de Bijbelse Redder.


© 2009 Stichting Agapè & Josh McDowell Ministries

Search engine optimization by SEO Design Solutions