3B. Overleven: Ondanks kritiek

H.L. Hastings geeft een indringende illustratie van de unieke wijze waarop de Bijbel aanvallen van ongelovigen en sceptici heeft doorstaan:

Achttienhonderd jaar lang hebben ongelovigen dit boek weerlegd en omvergeworpen, en toch staat het vandaag nog steeds rotsvast. De verbreiding ervan neemt toe, en het wordt vandaag de dag meer geliefd en gekoesterd en gelezen dan ooit tevoren. Ongelovigen met hun aanvallen maken op dit boek ongeveer evenveel indruk als een man met een hamer op de piramides van Egypte. Toen de Franse koning het voorstel deed om de christenen in zijn rijk te vervolgen, zei een oude staatsman en strijder tegen hem: “Sire, Gods kerk is een aambeeld dat vele hamers versleten heeft.” Zo kloppen ongelovigen al eeuwen met hun hamers op dit boek, maar de hamers verslijten, en het aambeeld staat er nog steeds. Als dit boek niet het boek van God geweest was, zou het al lang vernietigd zijn door de mensen. Keizers en pausen, koningen en priesters, vorsten en heersers hebben hun krachten erop beproefd; zij zijn gestorven en het boek leeft nog steeds.
(Lea, GBW, 17-18)

Bernard Ramm voegt daaraan toe:

Geen enkel ander boek is het doelwit van zoveel hakken, steken, ziften, kritiek en laster geweest. Welk boek op het terrein van filosofie of godsdienst of psychologie of bellettrie uit de oudheid of de moderne tijd is zo massaal aangevallen als de Bijbel? Met zoveel venijn en scepsis? Met zoveel diepgang en eruditie? Op elk hoofdstuk, elke regel, elke leerstelling?

De Bijbel wordt nog steeds geliefd door miljoenen, gelezen door miljoenen, en bestudeerd door miljoenen. (Ramm, PCE’53 232-233)

Wel duizend keer hebben de doodsklokken voor de Bijbel geluid, is de begrafenisstoet gevormd, de inscriptie van de grafsteen uitgehouwen en de rouwdienst gehouden. Maar op de een of andere manier wil het lijk maar niet blijven liggen.

Er is een tijd geweest dat Bijbelgeleerden het hoofd bogen voor “de stellige resultaten van de Schriftkritiek.” Maar de resultaten van de Schriftkritiek zijn niet meer zo stellig als we eens geloofden. Neem bijvoorbeeld de “documentaire hypothese” (ook wel de bronnenhypothese genoemd). Een van de redenen voor het tot stand komen ervan – afgezien van de verschillende benamingen voor God in Genesis – was dat de Pentateuch niet door Mozes geschreven kon zijn, omdat het stellige resultaat van de Schriftkritiek had bewezen dat in de tijd van Mozes het schrift nog niet bestond, of dat het, als het wel bestond, slecht spaarzaam gebruikt  werd. Vandaar dat men concludeerde dat hij later geschreven moest zijn. De hersens van de critici gingen aan het werk, en ontwierpen de theorie dat de Pentateuch was samengesteld door vier schrijvers, aangeduid als J, E, P, en D. Deze critici formuleerden indrukwekkende schema’s, en gingen daarbij zover dat ze de onderdelen van één vers aan drie verschillende auteurs toeschreven! (Zie deel 2 van dit boek voor een diepgaande analyse van de documentaire hypothese.)

Vervolgens werd de “Zwarte Zuil” ontdekt. (Unger, UBD, 444). In deze zuil waren wigvormige symbolen gekerfd die een gedetailleerde beschrijving gaven van de wet van Hammurabi. Stamde deze zuil uit de tijd na Mozes? Nee! Hij was van voor Mozes. En dat niet alleen, hij was minstens drie eeuwen ouder dan Mozes’ geschriften. (Unger, UBD, 444). Verbazingwekkend genoeg antedateerde hij Mozes, die verondersteld werd een primitieve mens zonder alfabet te zijn. Wat een historische ironie! De documentaire hypothese wordt nog steeds onderwezen, maar de oorspronkelijke fundering ervan (“de stellige resultaten van de Schriftkritiek”) is grotendeels onjuist gebleken.

De “stellige resultaten van de Schriftkritiek” concludeerden dat er geen Hittieten waren in de tijd van Abraham, omdat hun bestaan, behalve in het Oude Testament, niet gedocumenteerd was. Zij moesten een mythe zijn. Weer fout. Archeologisch onderzoek heeft inmiddels bewijzen ontdekt van meer dan 1200 jaar Hittitische beschaving.

Earl Radmacher, voormalig voorzitter van het Western Conservative Baptist Seminary, citeert Nelson Glueck (uitgesproken als Glek), voormalig voorzitter van het Jewish Theological Seminary aan het Hebrew Union College in Cincinnati, en een van de drie meest vooraanstaande archeologen: “Ik hoorde hem [Glueck] in Temple Emmanuel in Dallas. Zijn gezicht werd behoorlijk rood en hij zei: ‘Ik ben ervan beschuldigd dat ik de volledige en woordelijke inspiratie van de Schrift leer. Ik wil dat het duidelijk is dat ik dit nooit onderwezen heb. Alles wat ik ooit gezegd heb is dat ik in heel mijn archeologische onderzoekswerk nooit één archeologisch artefact gevonden heb dat enige bewering in het Woord van God tegenspreekt.’” (Radmacher, PC, 50)

Robert Dick Wilson, een man die vloeiend meer dan vijfenveertig talen en dialecten spreekt, kwam na een levenlang studeren in het Oude Testament tot de conclusie: “Ik mag hieraan toevoegen dat het resultaat van mijn vijfenveertigjarige studie van de Bijbel mij voortdurend tot een vaster geloof gebracht heeft dat we in het Oude Testament een waar en historisch verslag van de geschiedenis van het Israëlitische volk aantreffen.” (Wilson, WB, 42)

De Bijbel is uniek in zijn vermogen om zijn critici te weerstaan. Er is geen enkel vergelijkbaar boek in de hele literatuur. Iemand die op zoek is naar de waarheid zal zeker rekening houden met een boek met dergelijke kwaliteiten.


© 2009 Stichting Agapè & Josh McDowell Ministries

Optimized by SEO Ultimate