Wilbur Smith, samensteller van een bibliotheek van vijfentwintigduizend boeken, komt tot de conclusie:
Wat men ook mag denken over het gezag en de boodschap die in dit boek, dat wij de Bijbel noemen, tentoongespreid worden, men is het wereldwijd eens dat het op meer dan één manier het meest opmerkelijke boek is dat ooit vervaardigd is in de vijfduizend jaar dat de mens schrijft.
Het is het enige ooit door de mens, of een groep mensen, vervaardigde boek waarin een grote hoeveelheid profetieën te vinden is met betrekking op individuele volken, op Israël, op alle volken van de aarde, op bepaalde steden, en op de komst van Degene die de Messias zou zijn. De oude wereld beschikte over allerlei instrumenten om de toekomst te voorspellen, maar in de hele breedte van de Griekse en Latijnse literatuur vinden we, hoewel de woorden profeet en profetie wel gebruikt worden, geen enkele wezenlijke specifieke voorzegging van een grote historische gebeurtenis in de verre toekomst, of van het opstaan van een Verlosser binnen het menselijke ras…
De islam kan geen enkele honderden jaren voor Mohammeds geboorte uitgesproken profetie over zijn komst aanwijzen. En er is geen enkele oude tekst waarop de stichters van welke sekte ook kunnen wijzen als specifieke voorspelling van het verschijnen van hun beweging.(Smith, IB, 9-10)
Geisler en Nix zeggen dit ook. In hun gezaghebbend standaardwerk A General Introduction to the Bible schrijven ze:
Volgens Deuteronomium 18 was iemand een valse profeet wanneer hij voorspellingen deed die niet uitkwamen. Geen enkele onvoorwaardelijke profetie in de Bijbel over gebeurtenissen tot aan de dag van vandaag is onvervuld gebleven. Honderden voorzeggingen, waarvan sommige honderden jaren van te voren werden gedaan, zijn letterlijk vervuld. Het moment (Daniël 9), de plaats (Micha 5:2), en de aard (Jesaja 7:14) van Christus’ geboorte werden voorspeld in het Oude Testament, evenals tientallen andere feiten over zijn leven, sterven en opstanding (zie Jesaja 53). Ook vele andere profetieën zijn vervuld, waaronder de vernietiging van Edom (Obadja 1), de vloek over Babylon (Jesaja 13), de verwoesting van Tyrus (Ezechiël 26) en Ninevé (Nahum 1-3), en de terugkeer van Israël naar het land (Jesaja 11:11). Er zijn meer boeken die zich beroepen op goddelijke inspiratie, zoals de Koran, het boek van Mormon, en delen van de (hindoe) Veda. Maar geen van deze boeken bevat voorzeggende profetie. Vandaar dat vervulde profetie een sterke aanwijzing is voor het unieke, goddelijke gezag van de Bijbel. (Geisler/Nix, GIB’86, 196).



