Cleland B. McAfee schrijft in The Greatest English Classic: “Wanneer in een flinke stad alle bijbels vernietigd zouden worden, zou het Boek in al zijn essentiële onderdelen te reconstrueren zijn uit de citaten op de planken van de plaatselijke openbare bibliotheek. Hele boeken zijn specifiek gewijd aan het beschrijven van de invloed van de Bijbel op hoegenaamd alle grote literaire schrijvers.” (McAfee, GEC, 134)
Gabriel Sivan schrijft: “Geen enkel ander document waarover de mensheid beschikt, heeft de lezer zo veel te bieden – ethisch en religieus onderricht, uitstekende poëzie, een sociaal programma en een wet, een interpretatie van de geschiedenis, en alle vreugde, verdriet en hoop die opwelt in de mens en die door Israëls profeten en leiders tot uitdrukking gebracht werd met weergaloze kracht en passie.” (Sivan, BC, xiii)
Over de Hebreeuwse Bijbel voegt hij toe:
Sinds het begin van de beschaving is er geen enkel boek geweest dat schrijvers tot zoveel creatieve inspanning heeft weten te inspireren als het “Oude” Testament, de Hebreeuwse Bijbel. In poëzie, drama en fictie is de literaire invloed van de Bijbel ongeëvenaard. De Duitse dichter Heinrich Heine, die schreef in 1830, omschreef het belang ervan in lyrische termen: “Zonsopgang en zonsondergang, belofte en vervulling, geboorte en dood, het hele menselijke drama, alles staat in dit boek… Het is het Boek der Boeken, Biblia.” Met wisselend inzicht maar met een onveranderlijke consequentie vinden schrijvers uit nagenoeg alle landen en culturen al meer dan duizend jaar een ongeëvenaarde schatkamer aan thema’s en karakters in de Bijbel. Deze bewerken en herinterpreteren ze in hun verwoording van eeuwige motieven – zoals, bijvoorbeeld, God en Mens, het conflict tussen goed en kwaad, liefde, jaloezie, en de menselijke strijd voor vrijheid, waarheid en recht. (Sivan, BC, 218).
Susan Gallagher en Roger Lundin erkennen: “De Bijbel is een van de allerbelangrijkste documenten in de beschavingsgeschiedenis, niet alleen vanwege zijn status als geïnspireerd heilig Boek, maar ook vanwege zijn diepgaande invloed op het westerse denken. Als het overheersende wereldbeeld gedurende ten minste veertien eeuwen heeft het christendom met zijn grootse kerndocument een hoofdrol gespeeld in het ontstaan van de westerse cultuur. Als gevolg daarvan putten vele literaire teksten, zelfs in ons postchristelijke tijdperk, uit de Bijbel en de christelijke traditie.” (Gallagher/Lundin, LTEF, 120)
Elie Wiesel, bekend romanschrijver en winnaar van de Nobelprijs voor de vrede, heeft opgemerkt: “Als geïnspireerd werk is de Bijbel ook een bron van inspiratie. Zijn invloed is ongeëvenaard, of het nu op het sociale en ethische vlak is of op literair-creatief gebied. We vergeten maar al te snel dat de Bijbel net zo relevant is voor het artistieke domein. Zijn personages zijn dramatisch, hun drama’s tijdloos, hun triomfen en nederlagen overweldigend. Iedere kreet raakt ons, iedere uitroep snijdt door ons heen. Hoewel uit een ander tijdperk, zijn de Bijbelse gedichten op zich tijdloos. Ze spreken tot ons, collectief en individueel, over de eeuwen heen.” (In Epilogue of Liptzen, BTWL, 293)
Harold Fisch, emeritusprofessor aan de Bar-Ilan universiteit, heeft opgemerkt: “De Bijbel heeft de literatuur van de westerse wereld zodanig doordrongen dat het moeilijk meetbaar is. Meer dan welk ander geschrift ook, oud of modern, voorziet dit boek schrijvers al sedert de middeleeuwen van een overvloed aan symbolen, ideeën, en zienswijzen op de werkelijkheid. Deze invloed is niet alleen na te speuren in teksten die direct over Bijbelse figuren of onderwerpen gaan, maar ook in een enorm aantal gedichten, toneelstukken en andere werken die geen openlijk Bijbelse thema’s aansnijden maar getuigen van een Bijbelse kijk op de mensheid en de wereld.” (Fisch, HCBD, 136)
In zijn inmiddels klassieke Anatomy of Criticism merkte de wereldbekende literatuurcriticus Northtop Frye op dat “de westerse literatuur meer beïnvloed is door de Bijbel dan door welk ander boek ook”. (Frye, AC,14)
Vijfentwintig jaar later schreef Frye: “Ik realiseerde me al snel dat een student in de Engelse letteren die niet bekend is met de Bijbel een groot deel van wat er omgaat in wat hij leest, niet zal begrijpen: zelfs de zorgvuldigste studenten zullen voortdurend tot verkeerde interpretaties van implicaties en zelfs betekenissen komen.” (Frye, GC, xii)
De historicus Philip Schaff geeft (in The Person of Christ, American Tract Society, 1913) deze klassieke beschrijving van de uniciteit van de Bijbel en de Verlosser:
Deze Jezus van Nazaret versloeg, zonder geld en wapens, meer miljoenen dan Alexander, Caesar, Mohammed en Napoleon; zonder wetenschap en geleerdheid. Hij wierp meer licht op het menselijke en het goddelijke dan alle filosofen en wetenschappers bij elkaar. Hij sprak woorden van leven die voor en na hem niet gesproken werden, en bereikte daarmee resultaten, ver buiten het bereik van redenaars en dichters. Zonder één regel te schrijven zette hij meer pennen in beweging en leverde hij meer thema’s voor preken, toespraken, discussies, erudiete studies, kunstwerken en lofliederen dan het hele leger aan grote mannen van vroeger en nu.
Bernard Ramm voegt daaraan toe:
In bibliografisch opzicht is er een complexiteit die ongekend is in welke andere wetenschap of tak van menselijke kennis ook. Vanaf de Apostolische Vaderen van 95 n. Chr. tot aan de moderne tijd stroomt één grote literaire rivier, geïnspireerd door de Bijbel – Bijbelse woordenboeken, Bijbelse encyclopedieën, Bijbelse lexicons, Bijbelse atlassen en Bijbelse geografische verhandelingen. En dat is nog maar het begin. Vervolgens hebben we nog de eindloze lijst van boeken over – voor de vuist weg: theologie, godsdienstige opvoeding, hymnologie, zending, de Bijbelse talen, kerkgeschiedenis, godsdienstfilosofie, apologetiek, en religieuze biografieën, dagboeken, commentaren, getuigenissen, enzovoort, enzovoort. Er lijkt geen einde aan te komen…
Geen enkel ander boek in de menselijke geschiedenis heeft op zijn beurt geïnspireerd tot het schrijven van zoveel boeken als de Bijbel. (Ramm, PCE’53, 239)



