B. S. Easton vestigt de aandacht op een bijdrage van de vormkritiek wanneer hij tot de slotsom komt: “Vormenonderzoek brengt ons in contact met de vroegste christelijke onderwijs, en moet dus wel een vruchtbaar onderzoeksterrein zijn, in het bijzonder wat betreft het licht dat het kan werpen op de vroeg-Palestijnschristelijke interessegebieden. Dit is voldoende reden om deze nieuwe tak van wetenschap onze onverdeelde aandacht te schenken.” (Easton, GBG, 77)
Barker, Lane en Michaels stellen vast dat de vormkritiek de volgende bijdragen levert:
- De vormkritiek is mateloos nuttig voor het beoordelen van de kenmerkende stijl en structuur van de synoptische traditie. De vorm van de geschreven evangeliën is in essentie een afspiegeling van de mondelinge overleveringen die eraan vooraf gingen.
- Het is niet mogelijk en niet nodig om een volkomen harmonisatie van de chronologieën van de verschillende evangeliën te eisen. De evangelieverhalen zijn dan ook gegroepeerd volgens verschillende patronen.
- De vormkritiek geeft een verklaring voor in parallelverslagen voorkomende varianten van hetzelfde voorval die anders verwarring zouden geven. Een detail dat door de ene evangelist wordt weggelaten wordt soms door een ander genoemd omdat het voor hem van belang is voor de situatie waarin hij schrijft. (Barker, NTS, 70)
Nog enkele andere resultaten worden genoemd door Floyd Filson:
Het is waar dat de evangeliën een tijd lang mondeling werden overgeleverd. Het is ook waar dat deze beginperiode van het grootste belang was voor de betrouwbaarheid van alle latere vormen van de traditie, en dus onze meest kritische blik waardig is.
Het is waar dat kleine eenheden van de overlevering, of het nu onderwijsstof of verhalende stof was, bekend waren en voor praktische doeleinden gebruikt werden naargelang de situatie dat vereiste. Het is ook redelijk om te veronderstellen dat karakteristieke gebeurtenissen of uitspraken bewaard bleven, en in sommige gevallen bestonden deze eenheden uit samengesteld materiaal.
Ongetwijfeld is het waar dat het overgebleven materiaal van de evangeliën maar een heel klein deel is van de totale hoeveelheid die bewaard had kunnen blijven. Het is ook waar dat de selectie van dat wat zou overblijven hoofdzakelijk plaatsvond op grond van praktische overwegingen, in samenhang met het geloof en het leven van de kerk. Net zo goed als een prediker in onze tijd zich vooral die kenmerken van een toespraak of een boek zal herinneren die iets voor zijn eigen leven, denken, of prediking betekenen, werd de herinnering van deze vroege christenen gestuurd door hun behoeften en belangen.
Het is ook waar dat de behoeften van leiding, onderwijs, eredienst, en polemiek prominente invloeden waren in dit hele proces, en dat de houding van degenen die de traditie doorgaven niet die van de wetenschappelijk onderzoeker of de objectieve biograaf was. En dit betekent dat tot op zekere hoogte zelfs een nauwkeurige en zorgvuldige bestudering van de evangeliën daarin het leven van de primitieve kerk weerspiegeld zal zien, want de belangen en de problemen van de eerste christenen zijn eruit af te leiden. (Filson, OG, 103-105)
Een ander belangrijk aspect, zoals de nieuwtestamenticus Harold W. Hochner heeft benadrukt, is dat de vormkritiek onze aandacht op de mondelinge periode heeft gericht. (Barr, BEJ, g.p.)
Steven Travis stemt daarmee in: “De vormkritiek heeft ons geholpen, hoe experimenteel ook, om door te dringen in de “tunnelperiode” tussen 30 en 50 n. Chr., voordat er ook maar één nieuwtestamentisch geschrift geschreven was. Ze heeft ons bijvoorbeeld hints gegeven over preek- en onderwijsmethoden onder de vroege christenen, en over hun discussies met joodse tegenstanders.” (Barnes, GCFC, 161)
Een belangrijke uitkomst van het vormkritisch onderzoek wordt aangevoerd door Mounce: “De vormkritiek is een goede geheugensteun voor de aard van Jezus’ onderwijs: de beknoptheid en de brede toepasbaarheid ervan. Wat we in de evangeliën bezitten is een select stukje universeel toepasbaar onderwijs.” (Mounce, INTHA, 144)
Twee belangrijke uitkomsten van de vormkritiek worden genoemd door Redlich:
- De vormkritiek heeft door haar erkenning dat sommige verzamelingen uitspraken vroeg werden vastgelegd gewezen op de mogelijkheid dat de ipsissima verba [“exacte woorden”] van onze Heer als orakels gekoesterd werden als leidinggevend en sturend in het lot van individuele personen en van de kerk.
- De vormkritiek heeft het onderzoek naar de oorsprong van de evangeliën gestimuleerd, en haar onderzoeksmethode kan aanleiding vormen tot een bredere wetenschappelijke studie in de toekomst. (Redlich, FC, 79)



