Bob E. Patterson geeft in een artikel getiteld “The Influence of Form Criticism on Christology” een complete geschiedenis van de vormkritiek. (Encounter, Winter 1970)
Donald Guthrie heeft opgemerkt dat er een opvallende groei in de aanvaarding van de vormkritiek heeft plaatsgevonden. Hij stelt dat er veel invloeden geweest zijn die hebben bijgedragen aan het ontstaan en de continuering van deze beweging, waaronder:
(1) Zwakke punten in de bronnenkritische theorie. Omdat de bronnenkritiek een literaire kritiek was, beperkte ze zichzelf tot beschikbare documenten. En in zijn bestudering van Matteüs en Lucas had de bronnencriticus geen oog voor de periode van zo’n twintig tot dertig jaar tussen het sterven van Jezus en het tijdstip waarop de geschreven bronnen verschenen. De vormcritici proberen deze periode in te vullen.
(2) Een algemene twijfel aan de historische nauwkeurigheid van Marcus. Wilhelm Wrede was de initiator van deze trend met zijn theorie van het “Messiasgeheim”, die inhield dat Marcus zijn evangelie schreef met als doel het overdragen van de zich ontvouwende openbaring van Jezus’ Messias-zijn. (ofwel de overdracht van het “Messiasgeheim”).
Later kwam Julius Wellhausen met het idee dat de oorspronkelijke of eerste overlevering in Marcus doorspekt was met toegevoegd materiaal van de evangelieschrijvers en zwaar beïnvloed door het christelijke denken van die tijd.
(3) Het verlangen om de evangeliën te moderniseren. Omdat het eerste-eeuwse wereldbeeld niet langer relevant is, volgens de vormcritici, ontstond onder deze theologen de sterke wens om de evangeliën in de wereld van de twintigste eeuw te plaatsen.
(4) De poging om de literatuur in haar oorspronkelijke situatie of Sitz im Leben te situeren. Dit streven kwam duidelijk naar voren in het beroep dat de vormkritiek deden op de achtergronden van de evangeliën. (Guthrie, NTI, 188, 195)



