G. E. Ladd wijst erop dat een van Bultmanns belangrijkste methoden voor het reconstrueren van de vroege geschiedenis van het christelijke denken het vaststellen van de historiciteit van Jezus die van de “vergelijkende godsdienstige methode” is.
“Dit is een methode, ontwikkeld door Duitse wetenschappers, die veronderstelt dat ieder godsdienstig verschijnsel beoordeeld moet worden in termen van zijn godsdienstige omgeving.” (Ladd, NTC, 8)
In zijn boek Christ Without Myth merkt Schubert Ogden op:
De eerste stap van een op handen zijnde kritiek op Bultmanns voorstel is het aantonen dat de hele betekenis ervan te reduceren is tot twee fundamentele vooronderstellingen: (1) het christelijke geloof moet uitsluitend worden geïnterpreteerd als het oorspronkelijke vermogen van de mens tot een authentiek historisch (geschichtlich) bestaan, zoals dit min of meer verhelderd en geconceptualiseerd wordt door een geschikte filosofische analyse. (2) het christelijke geloof is alleen feitelijk realiseerbaar, of “een feitelijke mogelijkheid” wegens de specifieke historische (historisch) “gebeurtenis” Jezus van Nazaret, die het oorsprongsgebeuren van de kerk en zijn specifieke woord en sacramenten is. De tweede stap in de kritiek is aantonen dat, zoals Barth en Buri en vele anderen gezegd hebben, deze twee vooronderstellingen elkaar uitsluiten. (Ogden, CWM, 111-112)
Edward Ellwein interpreteert Bultmanns kijk op wat wij kunnen weten van Jezus als volgt:
Wie is de mens Jezus? Hij is een mens zoals wijzelf, geen mythische figuur; het ontbreekt hem aan messiaanse schittering, een werkelijk mens – maar niet meer dan een mens, een leraar en een profeet, die een korte tijd gearbeid heeft, die het op handen zijnde einde van de wereld en het inbreken van de regering van God voorzegde, die het protest van de grote oudtestamentische profeten tegen wettiscisme en cultische godsdienst hernieuwde en radicaliseerde, en die door de Joden werd overgeleverd aan de Romeinen en gekruisigd werd. Verder is alles onzeker en legendarisch. (Ellwein, RBIK, 34)
Donald Guthrie identificeert in zijn New Testament Introduction de onderliggende oorzaak van Bultmanns theologie:
Bultmanns teleurstelling bracht hem ertoe een benadering van de evangeliën te zoeken die hem zou bevrijden van de behoefte aan historische demonstratie. Alleen op die manier konden de eenvoudigsten, naar zijn mening, ooit tot geloof komen. Verder werd hij tot deze niet-historische benadering gedreven door zijn toewijding aan de existentiële filosofie. Zwaar beïnvloed door Heidegger, hield Bultmann vol dat het belangrijkste onderdeel in het christelijke geloof een existentiële ontmoeting met Christus was. (Guthrie, NTI, 93-94)
Concluderend somt Martin E. Marty van de University of Chicago de verschillende reacties op Bultmann op:
Rudolf Bultmann was de grootste nieuwtestamenticus van de twintigste eeuw. Zeggen veel van zijn collega’s en rivalen. Nee, Bultmann heeft de theologische wateren vertroebeld door zichzelf te verbinden aan de verwrongen filosofie van zijn Marburger stadsgenoot, Martin Heidegger. Zeggen de meeste anti-Heideggerianen, en hun aantal is legio. Een andere stem, van een grote Lutheraanse partij in Duitsland, over hun mede-Lutheraan: Rudolf Bultmann is de aartsketter van de eeuw. (Marty, F, 10)



