2A. Het Jesus Seminar

Tijdens de afgelopen jaren is een van de meest radicale zoektochten naar de historische Jezus uitgevoerd door het zogenaamde Jesus Seminar. Welk vooraanstaand tijdschrift we ook openslaan, vooral in de komkommertijd, overal stuiten we op de conclusies van deze zogenaamde “wetenschappers”.


1B. Wat is het Jesus Seminar?

Het Jesus Seminar is een consortium van nieuwtestamentici, aangevoerd door Robert W. Funk, dat in 1985 werd opgezet onder auspiciën van het Estar Institute in Santa Rosa, Californië. Meer dan zeventig geleerden komen tweemaal per jaar bij elkaar om uitspraken te doen over de echtheid van de woorden en daden van Christus. Het seminar bestaat uit liberale katholieken en protestanten, joden en atheïsten. De meesten zijn mannelijke docenten, hoewel er onder hen ook een pastor, een filmmaker, en drie vrouwen zijn. Ongeveer de helft is afgestudeerd aan de theologische opleidingen van Harvard, Claremont of Vanderbilt. (Geisler, BECA, 386)


2B. De doelstellingen van het Seminar

Dr. Geisler geeft vervolgens toelichting bij de doelstellingen die door het Seminar zijn verwoord:

Hoewel de leden van het Jesus Seminar Seminarleden kritische werken schrijven, hebben ze er vanaf hun oprichting naar gestreefd om hun gezichtspunten bij het brede publiek bekend te maken, en niet alleen in de wetenschappelijke wereld: “Wij zullen ons werk verrichten voor het oog van het publiek; we zullen niet alleen de vrijheid van informatie respecteren, maar ook staan op de publieke openbaarmaking van ons werk.” (Funk, Forum, 1.1.) Om dit te bereiken zoekt het Seminar alle mogelijke middelen van publiciteit. Een tv-top, vele artikelen, interviews met de pers, tapes, en eventueel zelfs een film zijn onderdeel van deze openbare informatiecampagne voor de antisupranaturalistische theologie. Funk getuigde openlijk van de radicale aard van het werk toen hij zei: “Wij dringen door in wat voor miljoenen mensen het allerheiligste is, en dus zullen we voortdurend tegen de grens van het blasfemische aanzitten” (ibid., 8). Dit is een eerlijke en accurate verwoording van wat er gebeurd is. (Geisler, BECA, 387)


3B. Stemmen over Jezus?

Het Jesus Seminar stemt over de echtheid van Jezus’ uitspraken door gekleurde kralen te gebruiken. Geisler legt uit: “De groep gebruikte gekleurde kralen om te stemmen over de authenticiteit van Jezus’ uitspraken. Een rode kraal stond voor woorden die Jezus hoogstwaarschijnlijk gesproken heeft. Roze wees op woorden die wellicht aan Jezus zijn toe te schrijven. Grijs stond voor woorden die waarschijnlijk, maar niet met zekerheid, afkomstig zijn uit latere bronnen. Zwart duidde op woorden die Jezus bijna zeker niet had uitgesproken.”

De stemming was gebaseerd op een heel aantal christelijke geschriften buiten de vier canonieke evangeliën, waaronder het fragmentarische Evangelie van Petrus, het veronderstelde maar niet overgeleverde Q of Quelle (“bron”), het tweede-eeuwse Evangelie van Thomas en het niet-overgeleverde Geheime Marcus. Thomas wordt gebruikelijk als een vijfde evangelie behandeld, op gelijk niveau met de vier canonieke boeken.

De uitkomst van hun werk is de conclusie dat er maar 15 uitspraken (2 procent) absoluut als feitelijk door Jezus uitgesproken woorden gelden. Ongeveer 82 procent van wat de canonieke evangeliën aan Jezus toeschrijven is niet authentiek. 16 procent van de woorden zijn van twijfelachtige authenticiteit.


4B. Conclusies van het Seminar

Geisler wijst op de radicale conclusies van het Seminar die een invloed hebben op het historische, orthodoxe christelijke geloof:

  1. De “oude” Jezus en het “oude” christendom zijn niet langer relevant.
  2. Er bestaat geen overeenstemming over wie Jezus was: een cynicus, een wijze, een Joodse hervormer, een feminist, een profeet-leraar, een radicale sociale profeet, of een eschatologische profeet.
  3. Jezus stond niet op uit de dood. Een van de leden, Crossan, argumenteert dat Jezus’ lichaam in een ondiep graf werd gelegd en werd opgegraven en verslonden door de honden.
  4. De canonieke evangeliën zijn laat en onbetrouwbaar.
  5. De authentieke woorden van Jezus zijn te reconstrueren uit het zogenaamde “Q-document”, het Evangelie van Thomas, Het geheime Evangelie van Marcus en het Evangelie van Petrus. (Geisler, BECA, 387)


5B. Het Jesus Seminar bedient zich van …


1C. …een radicale, marginale vorm van wetenschap

“Waarheid wordt niet bepaald door de stem van de meerderheid.” (Geisler, BECA, 387)

“Het merendeel van de door hen aangevoerde bewijzen … is niet overtuigend en dikwijls bestaat het zelfs niet, behalve hun citaten van elkaar en andere liberale wetenschappers.” (Geisler, BECA, 388)

 

2C. … een niet gerechtvaardigd antisupranaturalisme

“De radicale conclusies van de groep zijn gebaseerd op radicale vooronderstellingen, waarvan er één een ongegronde verwerping van elk wonderbaarlijk ingrijpen van God in de geschiedenis.” (Geisler, BECA, 388)

Gary Habermas zegt over het Jesus Seminar: “Ze zijn wel zo eerlijk om al direct melding te maken van hun weerzin tegen het bovennatuurlijke, inclusief de godheid en opstanding van Jezus, omdat ze liever denken dat het moderne wetenschappelijke wereldbeeld dergelijke zaken gewoon uitsluit. (Habermas, HJ, 124)

Habermas vervolgt: “Hoewel het Jesus Seminar veel belangstelling heeft gekregen vanwege de manier waarop ze met de historische Jezus omgaan, moeten hun conclusies gezien worden in verhouding tot de beschikbare gegevens. En dan is hun fundamentele afwijzing van de bovennatuurlijke gebeurtenissen in Jezus’ leven ongerechtvaardigd.” (Habermas, HJ, 139)

 

3C. …een ongegrond veronderstellen van late dateringen

Door late dateringen te veronderstellen “kunnen ze zoveel tijd tussen de gebeurtenissen en de verslaglegging creëren, dat de ooggetuigen al gestorven zijn en er een mythe is ontstaan rond de grondlegger van het christendom”. (Geisler, BECA, 388)

 

4C. …logische denkfouten

“De manier van denken van het Jesus Seminar is een verfijnde vorm van de logische redeneerfout die bekend staat als petitio prinipii, ofwel, de cirkelredenering. Die begint met een gedesupranaturaliseerde kijk op een eerste-eeuwse religieuze figuur en eindigt op datzelfde punt. (Geisler, BECA, 388)

“Een andere logische misser is dat ze de oorsprong van een idee aanvallen zonder te kijken naar de feitelijkheid ervan. Met andere woorden, als ze denken dat ze een verslag in een evangelie, puur door het te verbinden met de stijl van de schrijver, of andere antieke parallellen, of een premoderne manier van denken kunnen wegredeneren, is dat een logische misser. Zulke tenlasteleggingen sluiten de historiciteit ervan nog niet uit.” (Habermas, HJ, 125)


6B. Conclusie

Ondanks hun wens en hun prestaties in het aantrekken van brede publiciteit is er niets nieuws aan de radicale conclusies van het Jesus Seminar. Ze komen slechts met het zoveelste voorbeeld van ongefundeerde negatieve Bijbelkritiek. Hun conclusies gaan in tegen de overvloedige hoeveelheid bewijzen voor de historiciteit van het Nieuwe Testament en de betrouwbaarheid van de nieuwtestamentische getuigen. Ze zijn gebaseerd op een ongegronde antisupranaturalistische bevooroordeeldheid. (Geisler, BECA, 388)

Edwin Yamauchi voegt daaraan toe: “Ondanks de beweringen van sommige geleerden worden hun excentrieke beelden van Jezus die zo wijdverbreid de aandacht van de media trekken vanwege hun noviteit niet ondersteund door buiten-Bijbelse bewijzen. In tegenstelling tot deze individuele en kortstondige revisies staat de orthodoxe kijk op Jezus, wanneer alle bewijzen in ogenschouw genomen worden, inclusief de ondersteuning die door oude bronnen buiten het Nieuwe Testament geleverd wordt, nog steeds recht overeind als het meest geloofwaardige beeld. (Yamauchi, zoals geciteerd in Wilkins, JUF, 222)


© 2009 Stichting Agapè & Josh McDowell Ministries

Optimized by SEO Ultimate