Otto Eissfeldt benoemt vier grondslagen van de documentaire hypothese:
- Verandering in de Godsnamen
- Taalgebruik: (a) personen, plaatsen en objecten worden aangeduid met verschillende namen, (b) woorden, uitdrukkingen en stilistische bijzonderheden worden beschouwd als kenmerkend voor verschillende documenten
- Variatie in ideeën: godsdienstig, moreel, juridisch, politiek; bovendien: onverenigbaarheid van omstandigheden en veronderstelde gebeurtenissen
- Literaire verschijnselen: dubbele verhalen, onderbreking van een verhaal door inbreng van extra materiaal, enzovoort. (Eissfeldt, OTI, 182-188)



