De naam “Elohim” komt drieëndertig keer voor in de eerste vierendertig verzen van Genesis. De naam “Jehova (JHWH) Elohim” komt twintig keer voor in de volgende vijfenveertig verzen, en de naam “Jahwe” (JHWH) verschijnt tien keer in de volgende vijfentwintig verzen. Het lijkt erop dat dit selectieve gebruik van de Godsnamen geen toeval is.



