1B. Getuigenis van de Pentateuch

De Pentateuch zelf verklaart duidelijk dat de volgende gedeelten ervan door Mozes geschreven werden:


1C. Boek van het verbond (Exodus 20:22-23:33)

“Hierna schreef Mozes alles op wat de HEER had gezegd. De volgende morgen bouwde hij aan de voet van de berg een altaar en richtte hij twaalf gedenkstenen op, voor elk van de twaalf stammen van Israël één. … Vervolgens nam hij het boek van het verbond en las dit aan het volk voor, en zij zeiden: ‘Alles wat de HEER gezegd heeft zullen we ter harte nemen’” (Exodus 24:4, 7).


2C. Hernieuwing van het verbond (Exodus 34:10-26)

“De HEER zei tegen Mozes: ‘Stel deze geboden op schrift, want op grond van deze geboden sluit Ik met jou en de Israëlieten een verbond’” (Exodus 34:27).


3C. De deuteronomische wetten (Deuteronomium 5-30)

“Mozes stelde zijn hele onderricht op schrift en gaf de boekrol aan de Levitische priesters, die de ark van het verbond met de HEER moesten dragen, en aan de oudsten van Israël.” (Deuteronomium 31:9)

“Toen Mozes alle bepalingen van de wet op schrift had gesteld, gaf hij de Levieten die de ark van het verbond met de HEER moesten dragen de volgende opdracht: ‘Leg dit wetboek naast de ark van het verbond met de HEER, uw God; het moet daar blijven om tegen dit volk te getuigen’” (Deuteronomium 31:24-26).

Een dergelijke passage kan niet gebruikt worden om te bewijzen dat Mozes de Pentateuch schreef, maar het veronderstelt wel het bestaan van een omvangrijk boek dat in elk geval betrekking heeft op Deuteronomium 5 tot en met 26, en duidt op een grote literaire activiteit bij Mozes. (Raven, OTI, 86)


4C. Gods oordeel over Amalek

“De HEER zei tegen Mozes: ‘Leg deze overwinning in een oorkonde vast, zodat niemand die ooit zal vergeten, en overtuig Jozua ervan dat Ik zal zorgen dat niets op aarde nog aan het volk van Amalek herinnert.’” (Exodus 17:14).


5C. Routebeschrijving van de Israëlieten van Rameses naar Moab

“Op bevel van de HEER heeft Mozes de plaatsen waar ze hun kamp hadden opgeslagen genoteerd. Ze trokken als volgt van de ene pleisterplaats naar de andere” (Numeri 33:2).


6C. Het lied van Mozes in Deuteronomium 31

“Daarom moet jij het volgende lied opschrijven en het de Israëlieten uit hun hoofd laten leren; Ik zal het tegen hen laten getuigen.

Want zo zal het gaan: Ik breng hen naar het land dat Ik hun voorouders onder ede heb beloofd, een land dat overvloeit van melk en honing. Ze zullen zich te goed doen aan alle overvloed en als ze helemaal verzadigd zijn, laten ze zich met andere goden in om die te dienen; maar Mij wijzen ze af en het verbond dat Ik met hen gesloten heb, verbreken ze.

Wanneer ze eenmaal aan allerlei ellende en tegenspoed ten prooi zijn gevallen, zal dit lied, dat ook onder hun nakomelingen nog algemeen bekend zal zijn, tegen hen getuigen. Ik weet nu al waar hun hart naar uitgaat, nog voor Ik hen in het land gebracht heb dat Ik hun onder ede heb beloofd” (Deuteronomium 31:19-21).


7C. Het gebruik van schrijvers

Wanneer we zeggen dat Mozes de Pentateuch “geschreven” heeft of de “schrijver” ervan is, betekent dat, helemaal in overeenstemming met de oude Mesopotamische gebruiken, niet noodzakelijkerwijs dat hij de woorden zelf, eigenhandig, opschreef, al kan dat het geval zijn geweest. Het is zeer goed mogelijk dat het grootste deel van de Pentateuch, net als het wetboek van Hammurabi, aan schrijvers werd gedicteerd. Dit vormt absoluut geen ondermijning van het feit dat Mozes in wezen de schrijver van de inhoud van de Pentateuch was.


8C. De juridische geschriften getuigen er ofwel in hun opschrift of in hun onderschrift van dat Mozes ze geschreven heeft:

Exodus: 12:1-28; 20-24; 25-31; 34

Leviticus: 1-7; 8; 13; 16; 17-26; 27

Numeri: 1; 2; 4; 6:1-21; 8:1-4; 8:5-22; 15; 19; 27:6-23; 28; 29; 30; 35

Deuteronomium: 1-33


9C. Mozes was zeker in de gelegenheid om de Pentateuch te schrijven

Mozes was opgegroeid in Farao’s huishouden en was, zoals Stefanus zei: “…onderwezen in alle kennis van de Egyptenaren”. Inmiddels is iedereen het er over eens dat deze kennis ook de schrijfkunst betrof.

Mozes beschikte over de voor het project noodzakelijke informatie. Waarschijnlijk bestonden er verslagen van de geschiedenis van vóór Mozes’ tijd, en als de Hebreeën die in hun bezit hadden, zullen ze zeker ter beschikking hebben gestaan van Mozes, de aanvoerder van zijn volk. Als ze vanaf Jozefs dagen in de Egyptische archieven bewaard waren, zal Mozes er in zijn jonge jaren ook over hebben kunnen beschikken.

Mozes had ook de tijd om deze geschiedenis op schrift te stellen. Hij bracht veertig jaar in Egypte door en veertig jaar in Midjan, en in beide periodes had hij alle tijd voor het schrijven van Genesis. (Raven, OTI, 93- 94)

Dat Mozes bij uitstek geschikt was voor het schrijven van een werk als de Pentateuch blijkt uit de kwalificaties die hier volgen:

(a) Opleiding: Mozes was opgeleid in de uiterst ontwikkelde academische vakgebieden van het koninklijke Egyptische hof. Hieronder viel ongetwijfeld ook de schrijfkunst, want zelfs op de handspiegels van de vrouwen in die tijd waren teksten gegraveerd.

(b) Overlevering: ongetwijfeld werden hem de overleveringen van de oude geschiedenis van de Hebreeën en hun ontmoetingen met God verteld.

(c) Kennis van de geografie: Mozes bezat een grondige kennis van het klimaat en de geografie van Egypte en Sinaï, zoals blijkt uit de Pentateuch.

(d) Motivatie: als de stichter van de staat Israël beschikte hij over bijzondere drijfveren om de natie te voorzien van concrete morele en godsdienstige fundamenten.

Het is ondenkbaar dat in een tijd waarin zelfs ongeschoolde slaven in de tunnelwanden van de Egyptische turkooismijnen hun verhalen griften, een man met Mozes’ achtergrond geen schriftelijk verslag zou doen van de details van een van de meest belangwekkende perioden van de geschiedenis.

Kurt Sethe, een van de grootste autoriteiten op het gebied van het oude Egypte, noemt, in een zoektocht naar de uitvinder van een van de grootste bijdragen aan de literaire ontwikkeling van de beschaving, het Noord-Semitische schrift, Mozes als een mogelijke kandidaat [Vom Bilde zum Buchstaben, 1939, p. 56]. (Martin, SCAP, 23)


© 2009 Stichting Agapè & Josh McDowell Ministries

Optimized by SEO Ultimate