1A. Inleiding

De grondslag van de radicale Schriftkritiek wordt gevormd door enkele uiterst belangrijke vooronderstellingen. Dat is niet per se verkeerd, en in zekere mate ook onvermijdelijk. Orr citeert de Duitse theoloog Biedermann (Christliche Dogmatik):

Het is niet waar, maar zand in de ogen wanneer iemand stelt dat werkelijk wetenschappelijke en historische kritiek kan en moet worden beoefend zonder dogmatische vooronderstellingen. In laatste instantie komt men bij het overwegen van zogenaamd zuiver historische gronden altijd op het punt dat men besluit of men een bepaalde zaak in en op zichzelf voor mogelijk houdt…. elke wetenschapper hanteert in zijn historisch onderzoek bepaalde grenzen, hoe elastisch ook, van wat historisch mogelijk is; en voor deze wetenschapper zijn dit dogmatische vooronderstellingen. (Orr, TPOT, 172)

Het ontbreekt de radicale critici niet aan bekwaamheid en eruditie. Het probleem is niet hun gebrek aan kennis van het bewijsmateriaal, maar hun hermeneutiek, de manier waarop ze, op basis van hun wereldbeeld, omgaan met Schriftkritiek.

Gerhardsson heeft toepasselijk opgemerkt dat “de geldigheid van de resultaten afhangt van de geldigheid van de uitgangspunten.” (Gerhardsson, TTEC, 6)

Discussies op het terrein van de Bijbelkritiek worden vaak gevoerd op het niveau van conclusies of antwoorden, in plaats van op het niveau van vooronderstellingen of uitgangspunten.

Gesprekken op het niveau van vooronderstellingen onthullen of mensen terecht tot een bepaalde logische conclusie komen. Als iemands vooronderstellingen redelijk zijn in het licht van het bestaande bewijsmateriaal, is het goed mogelijk dat zijn conclusies juist zijn. Maar als zijn vooronderstellingen in gebreke blijven, zullen zijn logische conclusies bij een verdere uitwerking van de argumentatie zijn oorspronkelijke dwalingen slechts vergroten.

In het Bijbelonderzoek bestonden er altijd al verschillende filosofische vooronderstellingen. Het beoordelen daarvan gaat de reikwijdte van dit boek te boven. Maar de archeologie geeft ons op het objectieve vlak veel stof tot nadenken. Elke vooronderstelling met betrekking tot de Bijbel moet daar ook rekening mee houden.

Een van de eerste stappen in dit onderzoek is het in overeenstemming brengen van de vooronderstellingen met de beschikbare objectieve gegevens. Pas daarna kan er serieus over andere zaken gesproken worden.

Wat het werk van de aanhangers van de documentaire hypothese betreft, moeten we de volgende vraag stellen: “Wat waren hun vooronderstellingen, en waren die toelaatbaar?”

De meest fundamentele vooronderstelling van de meerderheid van de radicale critici is hun antisupranaturalistische wereldbeeld. We hebben deze vooronderstelling behandeld in hoofdstuk 12.


© 2009 Stichting Agapè & Josh McDowell Ministries

Optimized by SEO Ultimate