Het ware christendom, het christendom van de nieuwtestamentische geschriften, is volkomen afhankelijk van de geschiedenis. De kern van het nieuwtestamentische geloof is de verzekering “dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende was” (2Korintiërs 5:19, NBG). De vleeswording, het sterven en de opstanding van Christus als werkelijke gebeurtenissen in tijd en plaats, d.w.z. als historische realiteiten, zijn de onmisbare fundamenten van het christelijke geloof. Voor mijn gevoel is het christendom dan ook het beste te definiëren als de verkondiging van, de viering van, en de deelname aan Gods handelen in de geschiedenis, dat, zoals de nieuwtestamentische geschriften benadrukken, zijn voleindiging gevonden heeft in Christus.
Dit hoofdstuk bevat de bewijzen die christelijke bronnen, seculiere autoriteiten en joodse geschriften geven voor het leven van Christus.











