Het grote “als – dan”

Vraag

Inleiding

“Als God mens zou worden, hoe zou Hij dan zijn?” of “Bezat Jezus de wezenskenmerken van God?”

Om een antwoord op deze vragen te vinden, is het goed om eerst een andere vraag te beantwoorden: “Waarom zou God mens worden?”

Een mogelijke reden zou zijn om doeltreffender met ons te communiceren. Stel je voor, je staat te kijken naar een boer die bezig is een veld om te ploegen en je ziet dat er op zijn volgende ronde een mierenhoop onder zijn ploeg zal komen. Omdat je van mieren houdt, ren je naar de mierenhoop om zijn minuscule bewonertjes te waarschuwen. Eerst schreeuw je ze toe welk gevaar hun boven het hoofd hangt, maar ze gaan door met hun werk. Dan probeer je allerlei andere communicatievormen uit, maar niets lijkt tot de bedreigde mieren door te dringen. Al snel realiseer je je dat je ze alleen werkelijk zult kunnen bereiken door een van hen te worden.

Door heel de menselijke geschiedenis heen heeft God talloze communicatiemanieren gebruikt om de mensheid te bereiken met zijn boodschap. Ten slotte stuurde Hij zijn Zoon deze wereld in. In de openingsverzen van Hebreeën staat: “Op velerlei wijzen en langs velerlei wegen heeft God in het verleden tot de voorouders gesproken door de profeten, maar nu de tijd ten einde loopt heeft Hij tot ons gesproken door zijn Zoon, die Hij heeft aangewezen als enig erfgenaam en door wie Hij de wereld heeft geschapen” (Hebreeën 1:1-2). Johannes schrijft in zijn evangelie: “Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader. Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft Hem doen kennen” (Johannes 1:18).

De profeten hebben ons Gods woorden gegeven. Maar Jezus is het Woord van God, in menselijke gedaante, dat God persoonlijk, niet alleen met woorden, aan ons openbaart. Hij gaf ons God zelf in een vorm die we konden aanraken, horen en zien. Jezus bracht God op ons niveau en daarbij tilde Hij ons omhoog.

God wilde niet alleen communiceren met ons, Hij wilde ons ook laten zien hoeveel Hij van ons houdt. “Want God had de wereld zo lief,” zei Jezus, “dat Hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door Hem te redden” (Johannes 3:16-17). De apostel Johannes herhaalde Jezus’ woorden: “En hierin is Gods liefde ons geopenbaard: God heeft zijn enige Zoon in de wereld gezonden, opdat we door Hem zouden leven. Het wezenlijke van de liefde is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat Hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon heeft gezonden om verzoening te brengen voor onze zonden” (1Johannes 4:9-10).

In zijn boek The Jesus I Never Knew (Nederlandse titel: Jezus zoals ik Hem niet kende) geeft Philip Yancey dit idee zo weer dat je het gemakkelijk onthoudt:

De Joden associeerden godsdienst met angst …. God verscheen heel verrassend als baby in een voerbak. Wat is er minder angstaanjagend dan een pasgeborene met strak tegen zijn lijfje gebonden armpjes en beentjes? In Jezus vond God een manier van omgang met de mens waarin angst geen plaats had. Ik leerde iets over incarnatie toen ik een zoutwateraquarium hield.

Telkens wanneer mijn schaduw boven het aquarium opdoemde, doken de vissen weg in de dichtstbijzijnde schelp. Ze toonden mij maar één “emotie”: angst. Hoewel ik volgens een regelmatig schema drie keer per dag het deksel optilde en eten in de bak liet vallen, reageerden zij op elk bezoekje als een onmiskenbaar signaal van mijn opzet om hen te pijnigen. Ik kon ze er niet van overtuigen waar het me werkelijk om ging….

Het veranderen van hun waarneming, begon ik in te zien, vereiste een vorm van incarnatie. Ik zou een vis moeten worden en tegen ze moeten “spreken” in een taal die ze konden begrijpen.

Een mens die een vis wordt is niets vergeleken bij God die een baby wordt. En toch is dat wat er volgens de evangeliën gebeurde in Betlehem. De God die de materie schiep, nam daarin zelf een vorm aan, zoals een kunstenaar een stip op zijn schilderij of een toneelschrijver een personage in zijn eigen stuk zou kunnen worden. God schreef een verhaal, maar daarbij gebruikte Hij echte personen, op de bladzijden van de echte geschiedenis. Het Woord werd vlees. (Yancey, JNK, 37-38)

Maar hoe zou de mensheid kunnen weten dat een mens die beweerde dat Hij God was, inderdaad God was? Onder andere door vervulde profetieën. God kon de mensen in hun taal, in hun gedachten, aanspreken, en hun vertellen waarop ze moesten letten – ver voordat Hij werkelijk mens werd. Dan zou de wereld, op het moment dat Hij inderdaad mens werd en deze voorzeggingen vervulde, weten dat Hij het was die gesproken had. En dat is precies wat God gedaan heeft.

De profeet Jesaja voorzegde dat de Messias-God zou komen (Jesaja 9:6; vergelijk Psalm 45:8; 110:1).

De Bijbel zei over zijn missie heel vaak: “Opdat in vervulling zou gaan” (Zie Matteüs 2:15, 17; 23; 13:14).

Dus als God de menselijke geschiedenis is binnengetreden en als mens onder ons heeft rondgelopen, welke sporen van zijn aanwezigheid kunnen we dan verwachten? Hoe kunnen we weten of Hij hier werkelijk in menselijke gedaante is geweest? Ik suggereer dat we ten minste de volgende acht veelzeggende tekenen van zijn historische aanwezigheid zouden aantreffen:

ALS GOD MENS WERD, DAN ZOUDEN WE VERWACHTEN DAT HIJ:

  1. op een absoluut unieke manier de menselijke geschiedenis zou binnenkomen.
  2. zonder zonde zou zijn.
  3. zijn bovennatuurlijke aanwezigheid zou uiten in bovennatuurlijke handelingen, d.w.z., wonderen.
  4. een volmaakter leven zou leiden dan enige andere mens die ooit geleefd heeft.
  5. de meest indrukwekkende woorden zou spreken die ooit gesproken zijn.
  6. een blijvende en universele invloed zou hebben.
  7. de geestelijke honger van de mens zou stillen.
  8. de grootste en meest gevreesde vijand van de mens, de dood, zou overwinnen.

Ik stel dat alleen in het leven van Jezus Christus deze tekenen alle acht duidelijk zijn aan te wijzen. Hij gaf ons geen enkele reden om te betwijfelen dat Hij de mensgeworden God is. Het is overduidelijk dat Hij deze acht verwachtingen van Gods aanwezigheid in de menselijke geschiedenis vervuld heeft.


© 2009 Stichting Agapè & Josh McDowell Ministries

Search engine optimization by SEO Design Solutions