Als God mens werd, zouden we verwachten dat Hij een blijvende en wereldomvattende invloed zou hebben.
Voor de duidelijkheid, Jezus’ persoonlijkheid heeft zo’n indruk gemaakt op de mensheid dat die indruk zelfs na tweeduizend jaar niet versleten is. Elke dag hebben mensen levensveranderende ervaringen met Jezus.
De grote historicus Kenneth Scott Latourette zei: “Met het voortschrijden van de eeuwen stapelt het bewijs zich op dat gemeten naar zijn uitwerking op de geschiedenis Jezus het meest invloedrijke leven leidde dat ooit op deze planeet geleid is. Die invloed lijkt toe te nemen.” (Latourette, AHR, 272)
Philip Schaff voegt daar aan toe:
Deze Jezus van Nazaret versloeg zonder geld en zonder wapens meer miljoenen dan Alexander, Caesar, Mohammed en Napoleon bij elkaar; zonder wetenschappelijke kennis en onderwijs wierp Hij meer licht op menselijke en goddelijke zaken dan alle filosofen en geleerden bij elkaar; zonder retorische training sprak Hij woorden van leven die voorheen en nadien nooit gesproken werden, met effecten die verder reikten dan die van redenaars of dichters; zonder één regel te schrijven zette Hij meer pennen in beweging en leverde Hij meer thema’s voor preken, toespraken, discussies, geleerde werken, kunstuitingen en lofliederen dan het hele leger van grote mannen uit oude en nieuwe tijden bij elkaar. (Schaff, PC, 33)
“De invloed van Jezus op de mensheid is vandaag nog even sterk als ze was toen Hij onder de mensen verkeerde.” (Scott, JMSH, 29)
“Die bediening [van Jezus] duurde slechts drie jaar – en toch ligt in deze drie jaar de diepste betekenis van de godsdienstgeschiedenis samengebald. Geen enkel groots leven verliep zo snel, zo stil, zo nederig, zo ver verwijderd van het gedruis en de beroering van de wereld; en geen enkel groots leven wekte na de beëindiging ervan zo’n wereldomvattende en blijvende belangstelling.” (Schaff, HCC, 103)
“Toen Jezus deze aarde verliet,” schrijft Griffith Thomas,
vertelde Hij zijn discipelen dat ze na zijn vertrek grotere werken zouden doen dan Hij, en de eeuwen van het christendom hebben de waarheid van deze opmerking bevestigd. Grotere werken zijn gedaan – worden gedaan. Jezus Christus doet vandaag de dag meer wonderbaarlijke dingen dan tijdens zijn verblijf op aarde: zielen redden, levens veranderen, karakters omvormen, idealen verheffen, inspireren tot liefdadigheid, en het beste, waarste, en hoogste uit het leven van de mens halen…. Het is dan ook gerechtvaardigd om op de invloed van Christus door de eeuwen heen aan te wijzen als één van de grootste, meest rechtstreekse, en meest voor zichzelf sprekende bewijzen dat het christendom Christus is, en dat Christus ergens vandaan moet komen… (”christ has to be accounted for”) Het is onmogelijk om de vraag puur als een historische kwestie te benaderen; ze raakt vandaag de dag het leven in al zijn aspecten. (Thomas, CIC, 121)
De scepticus William Lecky zegt in zijn History of European Morals from Augustus to Charlemagne:
De platonist spoorde de mens aan tot het imiteren van God; de stoïcijn, tot het volgen van de rede; de christen, tot de liefde van Christus. De latere stoïcijnen brachten hun gedachten over uitmuntendheid samen in één ideale wijze, en Epictetus spoorde zijn discipelen zelfs aan om een mens van allesoverschrijdende uitmuntendheid voor zich te stellen en hem in gedachten voortdurend naast hen te hebben; maar het allerhoogste wat het stoïcijnse ideaal kon bereiken was een voorbeeld tot navolging, en de bewondering die dit voorbeeld uitlokte kon zich nooit verdiepen tot genegenheid. Het was voorbehouden aan het christendom om de wereld een ideale persoon voor te houden, die door alle veranderingen van achttien eeuwen heen het hart van de mens geïnspireerd heeft met een hartstochtelijke liefde; zichzelf in staat getoond heeft om invloed uit te oefenen op alle tijden, volken, temperamenten, en omstandigheden; niet alleen het grootste voorbeeld van deugdzaamheid is geweest, maar ook de grootste stimulans voor de naleving ervan; en een zo diepgaand effect heeft gehad dat werkelijk gezegd kan worden dat het eenvoudige verslag over deze drie korte actieve levensjaren meer heeft bijgedragen aan de regeneratie en de verzachting van de mensheid dan alle verhandelingen van de filosofen en alle aansporingen van de moralisten bij elkaar. (Lecky, HEMFAC, 8)
“Hij is de grootste invloed in de wereld van vandaag” roept Griffith Thomas uit. “Er wordt, zoals heel juist verwoord is, geschreven aan een vijfde evangelie – het werk van Jezus Christus in het hart en het leven van mensen en volken.” (Thomas, CIC, 117)
Napoleon zei:
Alleen Christus is erin geslaagd om het denken van de mens zo omhoog te richten naar het ongeziene dat het ongevoelig wordt voor de barrières van tijd en ruimte. Over een kloof van achttienhonderd jaar stelt Jezus een eis die moeilijker dan alle anderen te vervullen is. Hij vraagt om datgene wat een filosoof dikwijls vergeefs bij zijn vrienden zoekt, of een vader bij zijn kinderen, of een bruid bij haar echtgenoot, of een man bij zijn broer. Hij vraagt om het menselijke hart. Hij wil het volkomen voor zichzelf hebben. Hij eist het onvoorwaardelijk, en op dit moment wordt aan zijn eis voldaan. De krachten en vermogens van het hart worden ingelijfd in het wereldrijk van Christus. Allen die oprecht in Hem geloven ervaren die bovennatuurlijke liefde tot Hem. Dit verschijnsel is onverklaarbaar, het stijgt ver uit boven de reikwijdte van de scheppende kracht van de mens. Ook de tijd, de grote vernietiger, kan haar kracht niet uitputten, noch haar bereik begrenzen. (Ballard, MU, 265)
Opnieuw van Napoleon: “De aard van Christus’ bestaan is mysterieus, geef ik toe; maar dit mysterie komt tegemoet aan de noden van de mens – verwerp het en de wereld is een onverklaarbaar raadsel; geloof het en de geschiedenis van ons ras wordt bevredigend verklaard.” (Mead, ERQ, 56)
Men kan “er niet onderuit… dat sinds de dagen van Christus, ondanks de voortschrijding van het denken, geen enkel nieuw ethisch ideaal aan de wereld geschonken is.” (Hunter, WWJ, 35)
R. G. Gruenler zegt: “Het kerygma van de gemeenschap is de proclamatie dat Jezus’ relevantie universeel is. Waar en wanneer Hij geproclameerd wordt, worden mensen aangesproken door zijn concreetheid, zijn menselijkheid, en worden ze in de tegenwoordigheid van God gebracht.” (Hort, WTL, 25)
Andere godsdiensten hebben hun ethische idealen zoals plicht, en zelfs liefde, maar nergens benaderen ze de idealen van Christus, noch in realiteitszin, noch in aantrekkingskracht, noch in kracht. Christus’ boodschap is opmerkelijk vanwege haar de universele toepasbaarheid. Haar aantrekkingskracht is universeel, ze is geschikt voor ieder mens, van de volwassene tot en met het kind, ze doet een oproep aan alle tijden en niet alleen aan de eeuw waarin ze gebracht werd. En de reden is dat ze vraagt om een drievoudige ethische instelling tegenover God en mensen, die een universeel beroep doet op de mens zoals niets anders dat doet en misschien zelfs kan. Christus roept op tot bekering, vertrouwen en liefde. (Thomas, CIC, 35)
“De meest wonderbaarlijke en verbazingwekkende zaak in negentien eeuwen geschiedenis is de invloed van zijn leven op de leden van de christelijke kerk.” (Thomas, CIC, 104)
“Het is waar dat er andere godsdiensten met miljoenen aanhangers zijn geweest, maar het is ook waar dat het bestaan en de voortgang van de kerk iets unieks in de geschiedenis is, om nog maar te zwijgen over het feit dat het christendom de diepste denkers van het menselijke ras heeft weten aan te trekken, en op geen enkele wijze belemmerd wordt door het steeds verder opkomend tij van de menselijke kennis.” (Thomas, CIC, 103)
A. M. Fairbairn heeft gezegd: “Het meest opmerkelijke feit in de geschiedenis van zijn religie is de voortdurende en alomtegenwoordige activiteit van zijn persoon. Hij was de blijvende en werkzame factor in haar verbreiding en voortschrijding. In al haar vormen, in al haar tijden, en door al haar verdeeldheid heen is en was het enige uitgangspunt voor zowel actualiteit als eenheid toewijding aan Hem. (Fairbairn, CMT, 380)
George Bancroft stelde simpelweg: “Ik zie de naam van Jezus Christus bovenaan elke bladzijde van de moderne geschiedenis geschreven staan.” (Mead, ERQ, 50)
Zelfs na bijna tweeduizend jaar was David Strauss gedwongen om toe te geven: “Hij blijft het grootste religieuze voorbeeld binnen het bereik van ons denken, en er is geen volmaakte vroomheid mogelijk zonder zijn aanwezigheid in het hart.” (Schaff, PC, 142)
William E. Channing zei het zo: “De wijzen en helden van de geschiedenis verbleken, en de geschiedschrijving trekt het verslag van hun daden samen op smaller en smaller wordende bladzijden. Maar de tijd heeft geen macht over de naam en de daden en de woorden van Jezus Christus. “ (Mead, ERQ, 51)
Van Ernst Renan komen de volgende twee citaten: “Jezus was het grootste godsdienstige genie dat ooit geleefd heeft. Zijn schoonheid is eeuwig, en zijn rijk zal nooit eindigen. Jezus is in elk opzicht uniek, en niets is met Hem te vergelijken.“ (Mead, ERQ, 57) “De hele geschiedenis is onbegrijpelijk zonder Christus.” (Mead, ERQ, 57)
“Dat een Galileese timmerman kon beweren het Licht van de wereld te zijn en na zoveel eeuwen inderdaad als zodanig herkend wordt, valt het beste te verklaren op grond van zijn goddelijkheid”, concludeert Bernard Ramm. (Ramm, PCE, 177)
In een artikel in het tijdschrift Life schreef George Buttrick: “Jezus gaf de geschiedenis een nieuw begin. In elk land is Hij thuis, overal denken de mensen dat zijn gezicht lijkt op hun gezicht – en op Gods gezicht. Zijn geboortedag wordt over de hele wereld gevierd. Zijn sterfdag tekent een galg tegen het silhouet van elke stad.” (Mead, ERQ, 51)
Hierbij is het bekende essay “Eén leven” afgedrukt.
Hier is een man die geboren werd in een onbetekenend stadje, als kind van een plattelandsvrouw. Hij groeide op in een ander dorp, waar Hij tot zijn dertigste arbeidde in een timmermanswerkplaats. Daarna reisde Hij drie jaar rond als prediker. Hij schreef nooit een boek. Hij hield nooit kantoor. Hij had nooit een gezin of een huis. Hij ging niet naar de middelbare school. Hij bezocht nooit een grote stad. Hij kwam nooit verder dan driehonderd kilometer van zijn geboorteplaats. Hij deed niets van de dingen die normaal gesproken samengaan met grootheid. Hij bezat geen enkel getuigschrift, behalve zichzelf. … Hij was nog maar een jonge man toen het tij van de publieke opinie zich tegen Hem keerde. Zijn vrienden sloegen op de vlucht. Een van hen verloochende Hem. Hij werd overgeleverd aan zijn vijanden en onderworpen aan een rechtszitting die een schijnvertoning was. Hij werd aan een kruis gespijkerd tussen twee dieven. Terwijl Hij stierf, dobbelden zijn beulen om zijn kleding, zijn enige bezit op aarde. Toen Hij dood was, werd Hij in een geleend graf gelegd, dankzij het medelijden van een vriend.
Negentien lange eeuwen zijn gekomen en gegaan, en vandaag de dag is Hij de centrale figuur van het menselijke ras en de aanvoerder van de colonne der vooruitgang.
Ik zeg veel te weinig als ik stel dat alle legers die ooit marcheerden, alle vloten die ooit uitvoeren, alle parlementen die ooit zitting hadden, alle koningen die ooit regeerden, – zelfs bij elkaar genomen – het leven van de mens op aarde nooit zozeer hebben beïnvloed als dit ene eenzame leven.
In “De onvergelijkelijke Christus”, een andere levendige verhandeling, lezen we:
Meer dan negentienhonderd jaar geleden werd er een Man geboren op een wijze die inging tegen de wetten van de natuur. Deze Man leefde in armoede en groeide op in stilte. Hij reisde niet veel. Eenmaal overschreed Hij de grens van het land waarin Hij leefde; dat was tijdens zijn vroege jeugd.
Hij bezat rijkdom noch invloed. Zijn familieleden waren onopvallend, en hadden opleiding noch scholing genoten. Als baby verschrikte Hij een koning; als kind verbaasde Hij doctoren; als man heerste Hij over de krachten van de natuur, liep op de golven als was het een voetpad en suste de zee in slaap. Hij genas de menigten zonder geneesmiddelen en vroeg geen vergoeding voor zijn diensten.
Hij schreef nooit een boek, en toch kunnen alle bibliotheken van het land de over Hem geschreven boeken niet bevatten. Hij dichtte nooit een lied, en toch verschafte Hij het thema voor meer liederen dan alle liedschrijvers bij elkaar.
Hij stichtte nooit een school, maar alle scholen samen kunnen zich er niet op beroemen zoveel leerlingen te hebben als Hij.
Hij voerde nooit een leger aan, riep nooit één soldaat op, loste nooit een schot, en toch had geen enkele leider ooit meer vrijwilligers die, onder zijn bevel, meer rebellen zo ver kregen hun wapens neer te leggen en zich, zonder dat er één schot gelost werd, over te geven.
Hij had nooit een psychologische praktijk, en toch genas Hij meer gebroken harten dan alle artsen wijd en zijd. Eens per week vallen de raderen van de commercie stil en trekken vele menigten naar aanbiddingsbijeenkomsten om Hem eer en respect te betuigen. De namen van de trotse staatslieden van het oude Griekenland en Rome zijn gekomen en gegaan. De namen van vroegere wetenschappers, filosofen en theologen zijn gekomen en gegaan; maar de naam van deze Man verbreidt zich meer en meer. Hoewel de tijd negentienhonderd jaar tussen de mensen van deze generatie en het toneel van zijn kruisiging gespannen heeft, leeft Hij nog steeds. Herodes kon Hem niet vernietigen, en het graf kon Hem niet vasthouden.
Hij zit op de hoogste troon van de hemelse heerlijkheid, geproclameerd door God, erkend door de engelen, bewonderd door de heiligen, en gevreesd door de demonen, als de levende, persoonlijke Christus, onze Heer en Redder. (Anoniem)



