3C. De evangeliën van Matteüs en Lucas

De eerste twee hoofdstukken van de evangeliën van Matteüs en Lucas brengen de wonderbaarlijke ontvangenis door de Maagd in verband met de geboorte van Jezus. Matteüs’ verslag over deze gebeurtenissen legt de nadruk op Jezus’ wettelijke vader, Jozef, terwijl Lucas’ verslag zich richt op Jezus’ moeder, Maria. De theoloog James Buswell suggereert dat een van de redenen voor dit verschil in nadruk is dat de verslagen wellicht uit verschillende bronnen komen, waarbij Matteüs zijn informatie aan Jozef ontleent, en Lucas zijn details van Maria krijgt:

We vinden het verhaal over de maagdelijke geboorte in het eerste en het derde evangelie. Matteüs’ verslag (Matteüs 1:18-25) wordt gegeven vanuit het gezichtspunt van Jozef, de man van Maria. … Orr suggereert dat het heel goed mogelijk is dat Matteüs zijn verslag over Christus’ geboorte en jonge jaren direct heeft ontleend aan Jozefs persoonlijke getuigenis.

Daarentegen geeft Lucas zijn verslag (Lucas 1:26-38; 2:1-7) vanuit het gezichtspunt van Maria…. Zij is wellicht een van de “ooggetuigen” (Lucas 1:2) geweest naar wie Lucas verwijst als zijn bron. (Buswell, STCR, deel 2, 41)

Witherington III concludeert:

We mogen noch het typisch Joodse karakter van beide verhalen, noch de vaardigheid onderschatten waarmee de evangelisten hun bronnenmateriaal hebben geïntegreerd tot een vloeiende en betekenisvolle weergave van het goede nieuws dat in Jezus is gekomen. De vorm van hun weergaven is opvallend verschillend – zelfs al gebruiken ze veelal dezelfde elementen. Dit op zich toont aan dat de schrijvers van het eerste en het derde evangelie geen rigide redacteuren van hun bronnen waren, maar creatieve vormgevers van hun materiaal, die hun bronnen gebruikten om hun eigen theologische invalshoek te benadrukken, en dit materiaal op succesvolle wijze integreerden in het grotere geheel van hun respectievelijke evangeliën. (Witherington III, BJ, 63)

Het verschil in nadruk in ogenschouw genomen, bevatten de evangeliën van Matteüs en Lucas opmerkelijke overeenkomsten, wat aantoont dat ze het eens zijn over de wezenlijke details van de maagdelijke ontvangenis en geboorte. In zijn boek The Virgin Birth of Christ somt James Orr twaalf punten van overeenkomst op tussen de twee evangelieverslagen (zie hieronder).

  1. Jezus werd geboren in de laatste dagen van Herodes (Matteüs 2:1, 13; Lucas 1:5).
  2. Hij werd ontvangen van de heilige Geest (Matteüs 1:18, 20; Lukas 1:35).
  3. Zijn moeder was een maagd (Matteüs 1:18, 20, 23; Lucas 1:27, 34).
  4. Ze was verloofd met Jozef (Matteüs 1:18; Lucas 1:27; 2:5).
  5. Jozef was van het huis en het geslacht van David (Matteüs 1:16, 20; Lucas 1:27; 2:4).
  6. Jezus werd geboren in Betlehem (Matteüs 2:1; Lucas 2:4, 6).
  7. Hij werd op goddelijke aanwijzing Jezus genoemd (Matteüs 1:21; Lucas 1:31).
  8. Er werd van Hem gezegd dat Hij een Redder was (Matteüs 1:21; Lucas 2:11).
  9. Jozef wist vooraf van Maria’s toestand en de oorzaak daarvan (Matteüs 1:18-20; Lucas 2:5).
  10. Desondanks nam Hij Maria tot vrouw en nam hij de volledige vaderlijke verantwoordelijkheid voor haar kind op zich (Matteüs 1:20, 24, 25; Lucas 2:5 vv).
  11. De aankondiging en de geboorte gingen vergezeld van openbaringen en visioenen (Matteüs 1:20, enz.; Lucas 1:26, 27, enz.).
  12. Na de geboorte van Jezus verbleven Jozef en Maria in Nazaret (Matteüs 2:23; Lucas 2:39). (Orr, VBC, 36-37)

Als iets waar is, kan het niet anders dan dat degenen die daarvan een betrouwbaar getuigenis geven, overeenstemmen in hun getuigenis. Met betrekking tot de verhalen van Matteüs en Lucas stelt Orr dat ze, hoewel verteld vanuit verschillende gezichtspunten en mogelijk afkomstig uit verschillende bronnen, overeenstemmen op diverse essentiële punten, waaronder het meest essentiële van allemaal, “dat Jezus, ontvangen van de heilige Geest, werd geboren uit Maria, een maagd die verloofd was met Jozef, die volkomen van de zaak op de hoogte was.” (Orr, VBC, 35)

Alles wijst er sterk op dat de geboorteverhalen in Matteüs en Lucas op het getuigenis van Jezus’ eigen gezinsleden gebaseerd zijn, wat de conclusie ondersteunt dat Jezus’ conceptie en geboorte inderdaad de vervulling waren van Jesaja’s oude profetie. Zoals Matteüs schreef: “Dit alles is gebeurd opdat in vervulling zou gaan wat bij monde van de profeet door de Heer is gezegd: ‘De maagd zal zwanger zijn en een zoon baren, en men zal hem de naam Immanuël geven, ‘wat in onze taal betekent ‘God met ons’.” (Matteüs 1:22-23)

Hoewel volgens veel wetenschappers het Marcusevangelie het eerst geschreven is, is het leerzaam om terug te grijpen op woorden van Ireneüs, bisschop van Lyon in 180 n. Christus, en leerling van Polycarpus, een discipel van Johannes. Ireneüs geeft ons de achtergronden van de totstandkoming van de vier evangeliën en getuigt van het feit dat Matteüs, het eerste evangelie dat de geschiedenis van de maagdelijke geboorte bevat, het eerst van alle evangeliën geschreven werd:

Matteüs schreef zijn evangelie voor de Hebreeën (d.i., de Joden) in hun eigen taal, terwijl Petrus en Paulus het evangelie in Rome predikten en daar de kerk stichtten. Na hun verscheiden [d.i. overlijden, volgens een hardnekkige overlevering tijdens de vervolging door Nero in 64] gaf Marcus, volgeling en vertolker van Petrus, ons schriftelijk de inhoud van Petrus’ prediking door. Lucas, de volgeling van Paulus, schreef een boek met daarin het evangelie dat zijn leraar gepredikt had. En daarna schreef Johannes, de discipel van de Heer, die ook aan zijn borst lag [dit is een verwijzing naar Johannes 13:25 en 21:10] zijn evangelie, terwijl hij in Efeze, in Asia, woonde. (Ireneüs, AH, 3.1.1.)

Matteüs, een voormalige belastinginner, een man die gewoon was om nauwkeurig verslag te leggen, was op dit moment waarschijnlijk in de zestig en voelde de noodzaak om tegen het einde van zijn leven een geordend verslag na te laten van alles wat hij verzameld en opgeschreven had over het leven van Jezus. Hij begint zijn verhaal met de vermelding van Jezus’ voorouders en een gedetailleerd verslag van Jezus’ wonderbaarlijke ontvangenis in de schoot van een maagd:

De afkomst van Jezus Christus was als volgt. Toen zijn moeder Maria al was uitgehuwelijkt aan Jozef maar nog niet bij hem woonde, bleek ze zwanger te zijn door de heilige Geest. Haar man Jozef, die een rechtschapen mens was, wilde haar niet in opspraak brengen en dacht erover haar in het geheim te verstoten. Toen hij dit overwoog, verscheen hem in een droom een engel van de Heer. De engel zei: ‘Jozef, zoon van David, wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen, want het kind dat ze draagt is verwekt door de heilige Geest. Ze zal een zoon baren. Geef hem de naam Jezus, want hij zal zijn volk bevrijden van hun zonden.’ Dit alles is gebeurd opdat in vervulling zou gaan wat bij monde van de profeet door de Heer is gezegd: ‘De maagd zal zwanger zijn en een zoon baren, en men zal hem de naam Immanuël geven, ‘wat in onze taal betekent ‘God met ons’. Jozef werd wakker en deed wat de engel van de Heer hem had opgedragen: hij nam haar bij zich als zijn vrouw, maar hij had geen gemeenschap met haar voordat ze haar zoon gebaard had. En hij gaf Hem de naam Jezus (Matteüs 1:18-25)


© 2009 Stichting Agapè & Josh McDowell Ministries

Optimized by SEO Ultimate