De oudste oplossing werd voorgesteld door Africanus, en heeft ons bereikt via de oude kerkhistoricus Eusebius. De nieuwtestamenticus I. Howard Marshall zegt over deze theorie:
Africanus (Eusebius, HE 1:7) maakte gebruik van het idee van adoptieve en lichamelijke afstamming, en gebruikte de kunstgreep van het leviraatshuwelijk om de twee geslachtsregisters met elkaar in overeenstemming te brengen. Op basis van informatie die hij van de nakomelingen van Jakobus, de broer van Jezus beweerde te hebben ontvangen, stelde Africanus dat Mattan (Matteüs 1:15) trouwde met een zekere Esta, bij wie hij een zoon, Eli, had (Lucas 3:23; let op dat Africanus blijkbaar niet afwist van Levi en Mattat die in Lucas’ opsomming tussen Malchi en Eli staan.) De jongste van dit stel halfbroers, Eli, trouwde, maar stierf zonder nageslacht; zijn halfbroer Jakob nam zijn vrouw volgens het leviraatshuwelijk, zodat zijn lijfelijke zoon, Jozef, als de wettelijke zoon van Eli gezien werd. (Marshall, GL, 158)
De gewoonte van het leviraatshuwelijk wordt in de Schrift omschreven (Deuteronomium 25:5, 6; Genesis 38:8-10; het boek Ruth). In een leviraatshuwelijk, verklaart Bijbelcommentator Walter Liefeld,
trouwde de weduwe van een kinderloze man met diens broer, zodat een kind uit dit tweede huwelijk wettelijk als zoon van de overledene beschouwd werd en zijn naam kon voortzetten. In een geslachtsregister kon het kind onder zijn natuurlijke of zijn wettelijke vader worden opgenomen. Jozef wordt in Lucas vermeld als zoon van Eli, maar in Matteüs als zoon van Jakob. Volgens de theorie van het leviraatshuwelijk kunnen Eli en Jakob halfbroers geweest zijn, met dezelfde moeder maar verschillende vaders. Misschien overleed Eli en trouwde Jakob met zijn weduwe. (Liefeld, L, 861)
Marshall brengt daar tegenin dat deze theorie “niet onmogelijk is, … maar onwaarschijnlijk, vooral wanneer we de gebruikelijke tekst van Lucas aannemen.” (Marshall, GL, 158)



