2C. Het getuigenis van de vroege kerkvaders

Heel belangrijk in de geschiedenis van het geloof van de vroege kerk in de maagdelijke geboorte is het getuigenis van haar vroege vaders. In 110 n. Chr. schreef Ignatius, de bisschop van het Syrische Antiochië, in zijn Brief aan de Efeziërs: “Want onze God Jezus Christus werd … ontvangen in de schoot van Maria … van de heilige Geest.” (GEAF, 18:2) Hij schreef ook: “De maagdelijkheid van Maria, en Hij die uit haar geboren werd … zijn de meest besproken mysteries in de hele wereld, en toch in het geheim door God verricht.” (Wells, OH, 19:1) Ignatius kreeg zijn informatie van zijn leraar, de apostel Johannes.

Erickson wijst erop dat Ignatius argumenteerde tegen de aanhangers van het zgn. docetisme. Zij ontkenden dat Jezus een werkelijk menselijke natuur bezat en dat Hij een geboorte en lijden kon doormaken. Voor hen was Jezus goddelijk maar niet menselijk. Ignatius bestreed deze ketterij door het opstellen van een “samenvatting van de belangrijkste feiten omtrent Christus”, met onder andere “een verwijzing naar de maagdelijkheid van Maria als een van de ‘rond te bazuinen geheimenissen’.”

Erickson zegt:

Om diverse redenen is deze verwijzing nog veel indrukwekkender: (1) in overweging genomen dat Ignatius zich richtte tegen het docetisme, zou de uitdrukking “geboren uit een vrouw” (zoals in Galaten 4:4) meer aan zijn doel beantwoord hebben dan “geboren uit een maagd”; (2) ze werd niet geschreven door een novice, maar door de bisschop van de moederkerk van het christendom uit de heidenen; (3) ze werd niet later dan 117 geschreven. J. Gresham Machen heeft opgemerkt: “Wanneer we zien dat [Ignatius] de maagdelijke geboorte niet als een nieuwigheid vermeldt maar als een volkomen logische zaak, als een van de aanvaarde feiten omtrent Christus, wordt duidelijk dat het geloof in de maagdelijke geboorte al ruim voor het einde van de eerste eeuw algemeen moet zijn geweest.” (Erickson, CT, deel 2, 747-748)

“We beschikken over verder bewijs”, schrijft Clement F. Rogers, “dat aantoont dat dit geloof in Ignatius’ tijd niet nieuw was. We weten namelijk dat het geloof van de christenen in de maagdelijke geboorte door buitenstaanders werd bestreden. Cerinthus, bijvoorbeeld, was de tijdgenoot en opponent van Johannes. Er werd gezegd dat de evangelist, toen hij hem tegenkwam in het openbare badhuis, uitriep: ‘Laten we vluchten voor het geval dat het gebouw instort, want Cerinthus, de vijand van de waarheid, is hier!’ Hij [Cerinthus] leerde, volgens Ireneüs, dat de Heer net als andere mensen geboren was, uit Jozef en Maria.” (Rogers, CM 105)

Een andere postapostolische schrijver, Aristides, sprak in 125 n. Chr. over de maagdelijke geboorte: “Hij is Zelf Zoon van God in de hoge, die uitging van de heilige Geest, uit de hemel neerdaalde, en, geboren zijnde uit een Hebreeuwse maagd zijn vlees aannam van de maagd. … Hij is het die naar het vlees geboren werd uit het geslacht der Hebreeën, door de Goddragende maagd Miriam.” (Aristides, AA, 32)

In 125 n. Chr. spreekt Justinus Martyr uitgebreid over het concept van Jezus’ wonderbaarlijke geboorte. “Onze leraar Jezus Christus, die de eerstgeboren Zoon van God de Vader is, werd niet geboren als gevolg van seksuele relaties …de kracht van God die neerdaalde op de maagd overschaduwde haar, en maakte dat zij, terwijl ze nog maagd was, zwanger raakte. … Want Hij was door Gods kracht ontvangen door een maagd … in overeenstemming met de wil van God is Jezus Christus, zijn Zoon, geboren uit de maagd Maria.” (Apologia 1:21-33; Dialoog met Trypho)

“De eerste grote Latijnssprekende christen was de bekeerde jurist Tertullianus. Hij vertelt ons niet alleen dat er in zijn dagen (ca. 200 n. Chr.) een vastgelegde christelijke geloofsbelijdenis was die de instemming van alle kerken genoot, maar hij vertelt ons ook dat deze werd aangeduid met de technische term tessara. Nu krijgen zaken alleen een technische benaming wanneer ze al een tijdje ingeburgerd zijn. Hij citeert deze geloofsbelijdenis vier keer. Ze bevat onder andere de woorden: ‘ex virgine Maria’ (van de maagd Maria).” (Rogers, CM, 103)


© 2009 Stichting Agapè & Josh McDowell Ministries

Optimized by SEO Ultimate