Als God mens werd, zouden we verwachten dat Hij de geestelijke honger van de mens zou stillen.
Otto Rauk zegt in Beyond Psychology: “De mens heeft het nodig om contact te hebben met iets wat boven hemzelf uitgaat.”
De voornaamste religies getuigen van deze nood van de mens. De piramides van Mexico en de tempels van India zijn voorbeelden van zijn geestelijke zoektocht.
Mark Twain zei over de menselijke leegte: “Van de wieg tot het graf heeft alles wat een mens doet slechts één doel – het vinden van zielenrust – geestelijke troost voor zichzelf.”
De historicus Fisher zei: “Er is een roep in de ziel waarop geen antwoord uit de wereld komt.”
Thomas van Aquino riep uit: “De rusteloze dorst van de ziel [gaat uit] naar geluk, maar het is een dorst die slechts door God gelest wordt.”
“Toch getuigen duizenden en miljoenen vandaag de dag, als in alle tijden, van de kracht en de glorie van het christendom als het gaat om hun zonde en slechtheid. Dit zijn feiten die de toets doorstaan en hun eigen conclusie met zich meedragen voor iedereen die bereid is om te leren.” (Thomas, CIC, 119)
Bernard Ramm stelt dat “alleen de christelijke ervaring de mens een ervaring biedt die aansluit bij zijn wezen als een vrije geest. … Alles wat minder is dan God laat de menselijke geest dorstig, hongerig, rusteloos, gefrustreerd, en incompleet achter.” (Ramm, PCE, 215)
Van Philip Schaff lezen we: “Hij [Jezus] steeg uit boven de vooroordelen van partij en sekte, boven het bijgeloof van zijn tijd en volk. Zijn woorden beroerden het naakte hart van de mens en raakten het levende vlees van zijn geweten.” (Schaff, HCC, 104-105)
“Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden” (Matteüs 5:6).
“Laat wie dorst heeft bij Mij komen en drinken!” (Johannes 7:37.)
“…maar wie het water drinkt dat Ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat Ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.” (Johannes 4:14).
“Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef Ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan. Maak je niet ongerust en verlies de moed niet.” (Johannes 14:27).
“Ik ben het brood dat leven geeft.. Wie bij Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft zal nooit meer dorst hebben” (Johannes 6:35.)
“Kom naar Mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal Ik jullie rust geven” (Matteüs 11:28).
“Een dief komt alleen om te roven, te slachten en te vernietigen, maar Ik ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid” (Johannes 10:10).
George Schweitzer zegt in zijn persoonlijke getuigenis in Ten Scientists Look at Life:
De mens heeft zijn wereld op opmerkelijke wijze veranderd, maar is niet in staat gebleken zichzelf te veranderen. Omdat dit in wezen een geestelijk probleem is, en aangezien de mens van nature geneigd is tot het kwaad (zoals de geschiedenis aantoont), kan de mens enkel en alleen veranderd worden door God. Slechts wanneer een mens zich overgeeft aan Christus Jezus en zich onderwerpt aan de leiding van de heilige Geest kan hij veranderd worden. Alleen deze miraculeuze transformatie biedt hoop voor de bange en gefrustreerde wereld van onze dagen en zijn bewoners. (Schweitzer, TSLL, g.p.)
E. J. Matson, directeur wetenschappelijke relaties van Abbott Laboratories, stelde: “Hoe veeleisend, hoe vermoeiend mijn leven als wetenschapper, zakenman, burger, echtgenoot, of vader ook was, ik hoefde alleen naar dit centrum maar terug te keren om Jezus Christus te ontmoeten en zijn behoedende en reddende macht te zien.” (Schweitzer, TSLL, g.p.)
Een student aan de universiteit van Pittsburgh zegt: “Welke fijne en leuke dingen er ook waren in mijn verleden, ze wegen niet op tegen die bijzondere blijheid en vrede die de Heer Jezus Christus me gegeven heeft vanaf het moment dat Hij in mijn leven kwam heersen en leiden.” (Ordonez, IWBBNIS, g.p.)
Van R. L. Mixter, professor zoölogie aan het Wheaton College: “Wanneer een wetenschapper het credo van zijn beroep volgt, gelooft hij wat hij gelooft vanwege de bewijzen die hij kan vinden. Ik ben christen geworden omdat ik in mezelf een behoefte opmerkte die alleen door Jezus Christus te bevredigen was. Ik had vergeving nodig en Hij gaf die. Ik had gezelschap nodig en Hij was een Vriend. Ik had bemoediging nodig en Hij voorzag erin.” (Schweitzer, TSLL, g.p.)
Paul H. Johnson: “God heeft een bijzonder vacuüm geschapen in ons binnenste – een vacuüm in de vorm van God. Niets kan dat vacuüm vullen, behalve God zelf. Je kunt er geld in stoppen, of een huis, of rijkdom, macht, beroemdheid, wat je maar wilt, maar ze passen er geen van alle in. Alleen God kan het vullen, alleen Hij past erin.” (Johnson, MP, g.p.)
Walter Hearn van Ohio State College: “Ik word dikwijls volkomen in beslag genomen door een soort filosofische zoektocht…in de wetenschap dat Christus voor mij het leven zelf is, maar dan een nieuw soort leven, het ‘overvloedige leven’ dat Hij beloofde.” (Schweitzer, TSLL, g.p.)
PR- en reclameman Frank Allnutt vertelt: “Toen vroeg ik Jezus om in mijn leven te komen en daar te blijven. Voor het eerst in mijn leven ervoer ik volkomen vrede. Die levenslange leegte die ik gekend had, verdween, en sindsdien heb ik me nooit meer alleen gevoeld.” (Allnutt, C, 22)
De Amerikaan J. C. Martin, voormalig achtervanger in de hoofdklasse honkbal, zegt: “Ik heb geluk en de bevrediging van al mijn wensen gevonden in Jezus Christus.” (Martin, CC, g.p.)



