“Jezus was in elk opzicht werkelijk mens en meer dan mens.” (Scott, JMSH, 27)
A. M. Fairbairn schrijft in Philosophy of the Christian Religion: “In één woord, Jezus was een God die zich manifesteerde als mens, onderhevig aan de beperkingen van de tijd. Nu is dit op zich al een buitengewone gedachte, en ze wordt nog opmerkelijker door de indrukwekkende manier waarop ze belichaamd wordt in de geschiedenis van een persoon. Nooit bestond er een verhevener idee.” (Fairbairn, PCR, 326)
Hausrath zegt: “De menselijke geschiedenis kent geen enkel ander leven dat zo edel was en zo weinig bezwaard werd door dat wat aards, tijdelijk, plaatselijk was; geen enkel ander leven dat inzetbaar was voor een zo hoog en universeel doel.” (Ballard, MU, 252)
John Young vraagt in Christ of History: “Waarom bereikte Hij als enige van alle mensen de geestelijke volmaaktheid? Wat God omwille van vroomheid en deugdzaamheid deed op één bepaald moment en in één bepaald geval op aarde had God zeker op andere momenten en in andere gevallen kunnen doen. Als Jezus slechts een mens was, had God in achtereenvolgende eeuwen vele soortgelijke levende voorbeelden van geheiligde menselijkheid kunnen opwekken, om de wereld te verbeteren, te onderwijzen en nieuw leven te geven. Maar dat deed Hij niet.” (Young, CH, 243)
Carnegie Simpson schreef:
Instinctmatig plaatsen we Hem niet in eenzelfde categorie als anderen. Wanneer iemand zijn naam leest in een opsomming die begint met Confucius en eindigt met Goethe voelen we dat als een belediging, niet zozeer van de orthodoxie, als wel van het fatsoen. Jezus is niet één van de groten van de wereld. Je kunt spreken, zo je wilt, over Alexander de Grote en Karel de Grote en Napoleon de Grote … Jezus staat apart. Hij is niet de Grote; Hij is de Enige. Hij is simpelweg Jezus. Daar valt niets aan toe te voegen. Hij gaat onze analyses te boven. Hij beschaamt onze menselijke maatstaven. Hij dwingt onze kritiek zichzelf te overstijgen. Hij legt onze geest het zwijgen op. Er is een uitspraak van Charles Lamb …: “als Shakespeare deze kamer binnenkwam, zouden we allemaal opstaan om hem te ontmoeten, maar als die Persoon [d.i. Jezus] binnenkwam, zouden we allemaal op onze knieën vallen en de zoom van zijn kleed proberen te kussen.” (Geciteerd in Stott, BC, 36)
Thomas Griffith stelt: “Hij [Jezus] vertegenwoordigt een doorslaggevende, goddelijke tussenkomst ten behoeve van de mens, op een bepaald ogenblik in de wereldgeschiedenis, en dit geweldige wonder, de Persoon van Christus, is ons fundament.” (Thomas, CIC, 53) “Hij belichaamt al het goede waardoor anderen gekenmerkt worden, en dat er aan Hem niets ontbreekt van wat mensen aantrekt in het menselijke karakter is niet teveel gezegd.” (Thomas, CIC, 11)
“Zijn ijver ontaardde nooit in passie,” merkt Philip Schaff op,
noch zijn vastberadenheid in halsstarrigheid, noch zijn goedheid in zwakheid, noch zijn tederheid in sentimentaliteit. Zijn wereldvreemdheid was vrij van onverschilligheid en terughoudendheid, zijn waardigheid van trots en aanmatiging, zijn openheid van ongepaste familiariteit, zijn zelfverzaking van norsheid, zijn gematigdheid van strengheid. Hij combineerde kinderlijke onschuld met mannelijke kracht, volmaakte toewijding aan God met een onvermoeibare belangstelling voor het welzijn van de mens, tedere liefde voor de zondaar met compromisloze gestrengheid tegen de zonde, een imponerende waardigheid met een hartveroverende nederigheid, een onbevreesde moed met wijze behoedzaamheid, onwrikbare vasthoudendheid met zachtmoedige vriendelijkheid. (Schaff, PC, 63)
De Joodse geleerde Klausner zegt: “Jezus was van alle Joden het meest Joods; Joodser nog dan Hillel.” (Klausner, YH, 1249)
“Het vindt algemene erkenning: … Christus onderwees het meest zuivere en voortreffelijke ethische stelsel, een stelsel dat de morele ideeën en uitspraken van de grootste wijzen uit de oudheid doet verbleken.” (Schaff, PC, 44)
Joseph Parker schrijft in Ecce Deus: “Slechts een Christus had een Christus kunnen bedenken.” (Martin, CC, 57)
Johann Gottfried Von Herder verklaart: “Jezus Christus is in de meest volmaakte en eervolle zin het verpersoonlijkte ideaal van de mensheid.” (Mead, ERQ, 53)
G. A. Ross zegt zelfs:
Hebben we ons ooit gerealiseerd welke bijzondere positie Jezus inneemt met betrekking tot de idealen van de seksen? Geen mens heeft Jezus, in beledigende zin, ooit geslachtsloos genoemd: en toch staat Hij wat karakter betreft boven, en als we het zo mogen zeggen, halverwege tussen de seksen – zijn allesomvattende menselijkheid biedt een schat aan idealen die met beide seksen geassocieerd worden. Het kost vrouwen net zo weinig moeite als mannen om Hem te zien als het vleesgeworden ideaal. Wat mannen ook bezitten aan kracht, gerechtigheid en wijsheid, wat vrouwen ook bezitten aan gevoeligheid, reinheid en inzicht, dat alles bezit Christus, zonder gehinderd te worden door de omstandigheden die bij ons de ontwikkeling van tegengestelde deugden in één persoon tegengaan. (Ross, UJ, 23)
W. J. Gregg bevestigt dat “Jezus een van die begiftigde naturen bezat die men zelden, en nooit zó volmaakt aantreft, een natuur waarvan de mentale en morele elementen zuiver en in volkomen harmonie zijn en getuigen van een helderheid van visie die een welhaast profetisch karakter aanneemt.” (Ballard, MU, 152)
Napoleon Bonaparte heeft gezegd: “Ik ken de mens en ik zeg u dat Jezus Christus geen gewoon mens is. Tussen Hem en alle andere personen in de wereld valt geen vergelijking te trekken. Alexander, Caesar, Karel de Grote en ik hebben wereldrijken gevestigd. Maar waarop hebben wij deze creaties van onze genialiteit gefundeerd? Op macht. Jezus Christus fundeerde zijn wereldrijk op liefde; en op ditzelfde moment zijn miljoenen bereid voor Hem te sterven.” (Mead, ERQ, 56)
De bekende unitariër Theodore Parker zweert dat “Christus de meest hoogstaande principes en de meest goddelijke praktijken in zichzelf verenigt, waarmee Hij de droom van profeten en wijzen meer dan waarmaakt, en uitstijgt boven alle vooroordelen van zijn tijd, natie, of sekte, en een leer uitgiet die schoon is als het licht, voortreffelijk als de hemel, en waar als God. Achttien eeuwen zijn voorbijgegaan sinds de zon van de mensheid zo hoog opging in Jezus. Welke mens, welke sekte is zijn denken machtig, begrijpt zijn werkwijze, en past ze volkomen toe op het leven?” (Ballard, MU, 252)
In de Koran wordt Jezus “de grootste boven allen in deze en de toekomstige wereld” genoemd (soera Imrans mensen, 45)
Pascal vroeg: “Wie heeft de evangelisten de kenmerken van een volmaakt heroïsche ziel onderwezen, dat ze haar zo volmaakt schilderen in Jezus Christus?” (Wolff, SMIJCU, 29)
Channing, geciteerd door Frank Ballard in The Miracles of Unbelief, zei: “Ik weet niets toe te voegen om de verwondering, de eerbied en de liefde te vergroten die Jezus waardig is.” (Ballard, MU, 252)
“Jezus Christus als de God-mens is de grootste persoonlijkheid die ooit geleefd heeft,” schreef Bernard Ramm, “en daarom heeft Hij ook de grootste invloed van iedereen die ooit geleefd heeft.” (Ballard, MU, 173)
Misschien worden deze gedachten wel het helderst samengevat door Phillips Brooks: “Jezus Christus, de neerbuiging van het goddelijke, en de verheffing van het menselijke.” (Mead, ERQ, 56)



