Zijn woorden zouden zeker de grootste woorden ooit gesproken zijn

Als God mens werd, dan zouden zijn woorden zeker de grootste woorden ooit gesproken zijn.

1B. Wat het Nieuwe Testament vermeldt

Jezus zei over zijn eigen woorden: “Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden zullen nooit verdwijnen” (Lucas 21:33).

Het kwam regelmatig voor dat de menigten die Hem hoorden “diep onder de indruk van zijn onderricht“ waren. (Lucas 4:32) Zelfs een Romeinse officier riep uit: “Nog nooit heeft een mens zo gesproken!’” (Johannes 7:46).

2B. De grootste woorden

Sholem Ash schreef: “Jezus Christus is de meest opmerkelijke persoonlijkheid aller tijden… Geen enkele andere leraar – joods, christelijk, boeddhistisch, mohammedaans – is nog steeds een leraar wiens leer zo’n belangrijke wegwijzer is voor de wereld waarin wij leven. Andere leraren mogen dan iets fundamenteels hebben voor de oosterling, de Arabier, of de westerling, maar elke daad en elk woord van Jezus heeft waarde voor ons allen. Hij werd het licht van de Wereld. Waarom zou ik, een Jood, daar niet trots op zijn?” (Mead, ERQ, 49)

G. J. Romanes schrijft:

Want wanneer we in overweging nemen hoeveel uitspraken er van Hem vermeld staan – of in elk geval aan Hem worden toegeschreven – is het hoogst opmerkelijk dat er werkelijk geen enkele reden is waarom zijn woorden ooit zouden verdwijnen in de zin van verouderen en uitsterven. … Contrasteer Jezus Christus in dit opzicht met andere denkers van vergelijkbare ouderdom. Zelfs Plato, die, hoewel qua tijd zo’n vierhonderd jaar voor Christus, Hem ver vooruit was op het terrein van het filosofische denken, is in dit opzicht nergens vergeleken met Christus. Lees de Dialogues, en let op het enorme contrast met de evangeliën wat betreft fouten van allerlei aard, tot aan absolute dwaasheden op het gebied van de rede, en moreel aanstootgevende uitspraken toe. Toch wordt dit werk gezien als het hoogste niveau van de niet door “openbaringen” verlichte menselijke rede op het spirituele vlak. (Ross, UJ, 157)

Joseph Parker stelt: “Na het lezen van de leer van Plato, Socrates of Aristoteles, voelen we dat het typerende verschil tussen hun woorden en die van Christus het verschil is tussen onderzoek en openbaring.” (Mead, ERQ, 57)

“Tweeduizend jaar lang was Hij [Jezus] het licht van de wereld, en zijn woorden zijn niet verdwenen.” (Morris, BHA, 28)

Van F. J. A. Hort: “[Jezus] woorden waren zo volkomen deel en uiting van Hemzelf dat ze geen enkele betekenis hadden als abstracte waarheidsuitspraken door Hem gedaan in de hoedanigheid van goddelijk orakel of profeet. Verwijder Hem als het belangrijkste (maar niet uiteindelijke) voorwerp van al zijn beweringen en er blijft niets van over.” (Hort, WTL, 207)

“Maar Jezus’ woorden en daden zijn indrukwekkend allesomvattend en we aanvaarden de uitspraken die we als authentiek de zijne beoordelen als de openbaring van zijn persoon. Wanneer Jezus het persoonlijk voornaamwoord ‘Ik’ gebruikt (Maar Ik zeg u’, ‘Voorwaar, Ik zeg u’), staat Hij met een persoonlijke verbondenheid en een persoonlijke intentie achter elk woord dat Hij spreekt. Als zijn woorden en daden messiaans van karakter zijn, is dat omdat Hij ze zo bedoelt, en als Hij ze zo bedoelt, denkt Hij over zichzelf in messiaanse termen.” (Gruenler, JPKG, 97)

“Christus’ woorden zijn van blijvende waarde vanwege zijn persoon; ze zijn blijvend omdat Hij blijvend is.” (Thomas, CIC, 44)

Met de woorden van Bernard Ramm:

Vanuit statistisch oogpunt vormen de evangeliën de grootste literatuur ooit geschreven. Ze worden door meer mensen gelezen, door meer schrijvers geciteerd, in meer talen vertaald, in meer kunst vertegenwoordigd, meer op muziek gezet dan welk ander boek door wie dan ook geschreven in welk tijdperk en in welk land ook. Maar de woorden van Christus zijn niet groots omdat ze zo’n statistische voorsprong hebben op de woorden van alle anderen. Ze worden meer gelezen, meer geciteerd, meer geliefd, meer geloofd, en meer vertaald, omdat het de grootste woorden ooit gesproken zijn. En waarin bestaat hun grootsheid? Hun grootsheid ligt in de zuivere, heldere spiritualiteit waarmee ze duidelijk, afdoende, en gezaghebbend omgaan met de grootste vragen die het hart van de mens prangen, namelijk: Wie is God? Houdt Hij van mij? Wat moet ik doen om Hem te behagen? Hoe kijkt Hij tegen mijn zonde aan? Hoe kan ik vergeving krijgen? Waar ga ik heen wanneer ik sterf? Hoe moet ik anderen behandelen? Er is geen andere mens wiens woorden zo’n aantrekkingskracht hebben als die van Jezus, omdat geen enkele andere mens deze fundamentele menselijke vragen zo kan beantwoorden als Jezus dat deed. Het is het soort woorden en het soort antwoorden waarvan we zouden verwachten dat God ze zou geven, en wij die in Jezus’ godheid geloven, vragen ons geen ogenblik af waarom deze woorden uit zijn mond kwamen. (Ramm, PCE, 170, 171)

“Nooit leek de Spreker er zo volkomen alleen voor te staan als toen Hij deze majestueuze uitspraak deed. Nooit leek het minder waarschijnlijk dat ze vervuld zou worden. Maar als we over de eeuwen heen kijken, zien we hoe ze werkelijkheid geworden is. Zijn woorden zijn terecht gekomen in wetten, in dogma’s, in spreekwoorden, in troostwoorden, maar ze zijn nooit verdwenen. Welke menselijke leraar heeft ooit aanspraak durven maken op een eeuwigheid voor zijn woorden?” (Maclean, CBS, 149)

“Stelsels van menselijke wijsheid zullen komen en gaan, koninkrijken en wereldrijken zullen opgaan en verzinken, maar voor altijd zal Christus ‘de Weg, de Waarheid, en het Leven’ zijn.” (Schaff, HCC, 111)

Christus’ onderwijs is compleet op ieder punt, van de discipline van het denken tot de beheersing van de wil. In dit licht wijs Griffith Thomas erop dat Christus’ boodschap “onuitputtelijk” is. Ze is voor elke generatie nieuw en opwindend. (Thomas, CIC, 36)

Mark Hopkins bevestigt: “Geen enkele revolutie die ooit in de samenleving heeft plaatsgevonden is te vergelijken met de revolutie die werd voortgebracht door de woorden van Jezus Christus.” (Mead, ERQ, 53)

W. S. Peake is het daar volkomen mee eens:

Er wordt wel eens gezegd: “Alles wat Jezus zei is vóór Hem al door anderen gezegd.” Stel dat dit waar is, wat dan? Oorspronkelijkheid kan een verdienste zijn, maar dat hoeft niet. Als de waarheid al eerder gezegd is, ligt de verdienste in het herhalen ervan, en in het geven van een nieuwe en volledigere toepassing aan die waarheid. Maar er zijn andere overwegingen. We hebben geen enkele andere leraar die zo volkomen het triviale, het tijdelijke, het verkeerde, uit zijn stelsel bande, niemand die alleen het eeuwige en het universele selecteerde, en dat combineerde in een leer waarin al deze grote waarheden zich werkelijk thuis voelen. De gesignaleerde parallellen tussen de leer van anderen en die van Christus zijn uit allerlei hoeken bijeengesprokkeld. Hoe komt het dat geen van deze leraars ons voorziet van een parallel met de leer van Christus in zijn geheel? Want ze voorzien ons stuk voor stuk van waarheden zoals die door Hem tot uitdrukking werden gebracht, maar vermengd met massa’s trivialiteiten en dwaasheden. Hoe is het mogelijk dat een timmerman, zonder speciale opleiding, onbekend met de cultuur en de wetenschap van de Grieken, geboren uit een volk waarvan de grote leraars bekrompen, verzuurde, onverdraagzame, arrogante wetticisten waren, de allergrootste godsdienstige Leraar was die de wereld gekend heeft, wiens superioriteit op dit gebied Hem tot de allerbelangrijkste figuur in de wereldgeschiedenis maakt? (Peake, CNT, 226-227)

Griffith Thomas concludeert:

Ondanks het ontbreken van een formele rabbijnse opleiding toonde Hij geen enkele schroom of verlegenheid, geen enkele aarzeling over wat Hij als de waarheid zag. Zonder enige gedachte aan zichzelf of zijn toehoorders sprak Hij zich bij iedere gelegenheid onbevreesd uit, zonder zich te bekommeren over de gevolgen voor Zichzelf, en enkel gericht op de waarheid en het doorgeven van zijn Vaders woorden. De kracht van zijn leer werd bovendien diep gevoeld. “Hij sprak met gezag” (Lucas 4:32). De geestkracht van zijn persoonlijkheid kwam tot uitdrukking in zijn uitspraken en hield zijn toehoorders in zijn betoverende greep. We zijn dan ook niet in het minst verbaasd wanneer we lezen over de indruk van uniekheid die er van Hem uitging: “Nog nooit heeft een mens zo gesproken!” (Johannes 7:46). De eenvoud en de charme, en toch ook de diepgang, de directheid, de algemeen geldendheid en de waarheid van zijn leer lieten een diepe indruk achter op zijn toehoorders, en brachten hen tot de overtuiging dat hier bij hen een Leraar was zoals de mensheid nooit gekend had. En daarom zijn de vele leerstellingen in de evangeliën en de indrukken die de Leraar zelf achterliet van dien aard dat we niet verbaasd hoeven te zijn dat de grote apostel Paulus zich deze dingen jaren later herinnerde en zei: “…indachtig de woorden van de Heer Jezus” (Handelingen 20:35). Sinds de dagen van Christus en zijn volgelingen worden in elke eeuw mensen getroffen door deze indruk, en bij iedere beschouwing van zijn Persoon als de inhoud van het christendom dient bijzondere aandacht geschonken te worden aan zijn leer. (Thomas, CIC, 32)


© 2009 Stichting Agapè & Josh McDowell Ministries

Optimized by SEO Ultimate