1B. Inleiding: Wie is Jezus?

Bestsellerschrijver Tim LaHaye schrijft: “Bijna iedereen die van Jezus gehoord heeft, heeft zich een mening over Hem gevormd. Dat is te verwachten, want Hij is niet alleen de bekendste persoon in de wereldgeschiedenis, maar ook de meest controversiële.” (LaHaye, JWH, 59)

Philip Yancey is het daarmee eens: “Het lijkt mij dat al de verwrongen theorieën over Jezus die spontaan ontstaan zijn sinds de dag van zijn dood alleen maar een bevestiging vormen van het geweldige risico dat God nam toen Hij zichzelf uitstrekte op de ontleedtafel – een risico dat Hij met graagte leek te nemen. Onderzoek Me. Toets Me. Jij beslist.” (Yancey, JNK, 21)

De Bijbelschrijvers nodigen ons uit om deze Jezus voor onszelf te onderzoeken, en voor onszelf zijn betekenis vast te stellen. Maar dat onderzoek kunnen we niet alleen baseren op zijn leer of op zijn werken. Allereerst 19moeten we ons richten op zijn identiteit.

“Wie Christus is, is duidelijk even belangrijk als wat Hij deed.” (Linton, SV, 11)

“De uitdaging van het Nieuwe Testament waarmee elke nieuwe generatie geconfronteerd wordt, is niet zozeer ‘Wat leerde Hij?’ als wel “Wie is Hij? En wat is zijn relevantie voor ons?’” (McGrath, UJ, 16)

Dus wie is Christus? Wat voor soort mens is Hij?

“Op de lippen van ieder ander zouden de beweringen van Jezus een blijk van geweldige egomanie zijn, want Jezus impliceert heel duidelijk dat de hele wereld om Hem draait en dat het lot van alle mensen afhangt van de vraag of ze Hem aanvaarden of verwerpen.” (Stein, MMJT, 118)

Jezus is duidelijk niet uit hetzelfde hout gesneden als andere godsdienstige leiders. Thomas Schultz schrijft: “Geen enkele erkende godsdienstige leider, Mozes, of Boeddha, of Mohammed, of Confucius, heeft ooit beweerd God te zijn, met uitzondering van Jezus Christus. Christus is de enige godsdienstige leider die ooit beweerd heeft een godheid te zijn en de enige persoon die een groot deel van de wereld overtuigd heeft dat Hij inderdaad God is.” (Schultz, DPC, 209)

Hoe zou een “mens” anderen ervan kunnen overtuigen dat Hij God is? We horen allereerst van F. J. Meldau: “Zijn leer ging alles te boven – hoger dan Mozes en de profeten. Hij zei nooit: “Bij nader inzien…”; Hij herzag nooit zijn mening; Hij nam nooit zijn woorden terug, veranderde nooit iets; Hij giste, veronderstelde of aarzelde nooit. Dit alles is zo heel anders dan bij menselijke leraars en leringen.” (Meldau, PDC, 5)

Voeg hierbij het getuigenis van Foster: “ Maar de reden die alle andere te boven ging, die rechtstreeks leidde tot de smadelijke executie van de Leraar van Galilea, was zijn ongelooflijke bewering dat Hij, een eenvoudige timmermanszoon tussen de krullen en het zaagsel van zijn vaders werkplaats, in werkelijkheid God in het vlees was!” (Anderson, LH, 49)

Iemand zou kunnen zeggen: “Natuurlijk wordt Jezus in de Bijbel zo afgeschilderd, omdat die geschreven werd door de mensen die met Hem omgingen en die een eeuwigdurend monument voor Hem wilden oprichten.” Maar al negeer je de hele Bijbel, daarmee negeer je nog niet alle bewijzen, zoals we gezien hebben uit de historische verslagen die melding maken van Jezus, zijn werken, en zijn leer. William Robinson stelt: “Wie de vraag op een historisch objectieve wijze benadert, merkt dat zelfs de seculiere geschiedenis bevestigt dat Jezus op aarde geleefd heeft en dat Hij als God aanbeden werd. Hij stichtte een kerk die Hem 1900 jaar lang aanbeden heeft. Hij veranderde de loop van de wereldgeschiedenis.” (Robinson, OL, 29)

Kijk eerst eens naar de bewijzen gebaseerd op Jezus’ getuigenis over zichzelf, tijdens zijn rechtszaak voor een menselijke rechtbank.


© 2009 Stichting Agapè & Josh McDowell Ministries

Optimized by SEO Ultimate