“Opdat allen de Zoon eren gelijk zij de Vader eren. Wie de Zoon niet eert, eert ook de Vader niet, die Hem gezonden heeft. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie mijn woord hoort en Hem gelooft, die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel, want hij is overgegaan uit de dood in het leven.” – Johannes 5:23-24 NBG
In het laatste gedeelte van deze verzen waarschuwt Jezus degenen die Hem van godslastering beschuldigen. Hij zegt dat ze door Hem allerlei beledigingen naar het hoofd te slingeren, feitelijk God beledigen, en dat God woedend is over de manier waarop ze Jezus behandelen. (Godet, CGSJ, deel 2, 174)
We zien ook dat Jezus aanspraak maakt op het recht om als God aanbeden en gediend te worden. En hieruit volgt, zoals eerder gezegd, dat Jezus onteren God onteren is. (Robertson, WPNT, 86)



